Wat is de betekenis van Malloot?

2019
2021-06-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

malloot

malloot - Zelfstandignaamwoord 1. iemand die zich dwaas aanstelt

Lees verder
2018
2021-06-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

malloot

malloot - zelfstandig naamwoord uitspraak: mal-loot 1. gek, dwaas persoon ♢deze malloot heeft de schroeven van zijn wielen niet goed aangedraaid 2. grappig, gek persoon ♢we moeten altijd erg lac...

Lees verder
2017
2021-06-24
Uit Oost en West

verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië

malloot

malloot [gek]. Uit het Frans malote, in Nederland enkel als substantief in gebruik (zie Kluyver in Tijdschrift voor Nederlandsche Taal- en Letterkunde XVI, 159).

Lees verder
2007
2021-06-24
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

Malloot

iemand die zich dwaas aanstelt. Dit woord heeft niets met mal te maken. We hebben het ontleend aan het Franse dialect, waar malot een soort van wesp of hommel betekent. Het werd echter ook gebruikt voor een druk, dartel meisje. Toen het woord werd overgenomen in het Nederlands, heeft men het verkeerdelijk in verband gebracht met mal. Men beschouwd...

Lees verder
1994
2021-06-24
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Malloot

[v. Fr. dialect mâlot of mâlaud = jongensachtig wild meisje, van Fr. mâle, Lat. masculus = mannelijk; volgens anderen van Fr. dialect malot = wesp, hommel, wild gonzend insekt] malle vent, kwast.

1980
2021-06-24
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Malloot

Het malle is, dat malloot met mal niets te maken heeft. Wij hebben het woord overgenomen uit het Franse dialectische malot, dat, merkwaardigerwijze, wesp of hommel betekent, maar ook gebezigd werd om een druk, dartel meisje aan te duiden. In het Duits is dat precies zo. Eine wilde Hummel is: een uitgelaten, wild meisje, dat zich dus niet zeer inget...

Lees verder
1973
2021-06-24
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

malloot

v./m. (-loten), iemand die mal is; m.n. al te druk, lichthoofdig persoon; iemand die zich mal, dwaas aanstelt.

1955
2021-06-24
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Malloot

meisje, dat zich mal aanstel; dwaze vrouw

1950
2021-06-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Malloot

v. (...loten), 1. al te druk, lichthoofdig meisje; 2. vrouwspersoon dat zich mal, dwaas aanstelt.

Lees verder
1948
2021-06-24
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

malloot

1 m. malle kerel, kwast; v. mal wicht, gekkin; 2 aj. 0. mal, dwaas, gek.

Lees verder
1937
2021-06-24
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Malloot

Een drukke, dwaasdoende vrouw. Hierbij denkt men aan „mal” en „malhoofd”, terwijl het woord waarschijnlijk is ontleend aan een Fransch dialect, waarin „malot” brems of paardevlieg beteekent.

1919
2021-06-24
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Malloot

uit fra. malot, dialectisch naast mignot — klein, benaming van een soort wesp; het werd toegepast op een te druk meisje, en door volksetymologie kreeg het de bet. van een mal, niet jong en zich naief voordoend, ook manziek persoon; verg. mug, naaimug. Ook wel eens als liefkozend woord.

1898
2021-06-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Malloot

MALLOOT, v. (...loten), al te druk, manziek meisje; iem. die zich mal, dwaas aanstelt. MALLOOTJE, o. (-s).

Lees verder