Wat is de betekenis van malen?

2026-01-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Malen

I. (maalde, heeft gemaaid), (veroud. en dicht.) schilderen, tekenen, afbeelden, beschrijven. II. (maalde, heeft gemalen), 1. met de tanden fijn maken: zijn eten malen; 2. door middel van een molen fijn maken: koffie malen, koren malen; — ook met het voortbrengsel als voorw.: tarwebloem malen; —(spr.) die eerst komt, eerst maalt, de e...

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-19
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

malen

(2004) (jeugd) (imperatief gebruikt) doe normaal! • Na een tijdje merkten ze dat ik zat te luisteren. 'Mááleh!' gierden ze en vroegen toen of ik verliefd was op mijn verloofde. (Yvonne Kroonenberg: Wat rijmt op huwelijk? 2004)