Malen
I. (maalde, heeft gemaaid), (veroud. en dicht.) schilderen, tekenen, afbeelden, beschrijven. II. (maalde, heeft gemalen), 1. met de tanden fijn maken: zijn eten malen; 2. door middel van een molen fijn maken: koffie malen, koren malen; — ook met het voortbrengsel als voorw.: tarwebloem malen; —(spr.) die eerst komt, eerst maalt, de e...