Wat is de betekenis van malen?

2020
2021-06-22
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

malen

(2004) (jeugd) (imperatief gebruikt) doe normaal! • Na een tijdje merkten ze dat ik zat te luisteren. 'Mááleh!' gierden ze en vroegen toen of ik verliefd was op mijn verloofde. (Yvonne Kroonenberg: Wat rijmt op huwelijk? 2004)

Lees verder
2019
2021-06-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

malen

malen - Werkwoord 1. (ov) tussen twee harde voorwerpen fijnwrijven Ik heb verse koffie gemalen. 2. (ov) (voeding) (water) uitpompen met een molen of gemaal 3. (ov) kauwen malen - Werkwoord 1. (intr) vervelende gedachten door het hoofd laten gaan tobben 2. (verouderd) sch...

Lees verder
2018
2021-06-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

malen

malen - regelmatig werkwoord uitspraak: ma-len 1. iets fijn maken ♢koffiebonen moet je eerst malen 2. niet kunnen stoppen met nadenken ♢hij ligt maar te malen over die fout ...

Lees verder
2017
2021-06-22
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Malen

Malen - op een soepele wijze en in een gelijkmatig tempo fietsen. Fr. mouliner, tricoter, pédaler.

2010
2021-06-22
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

malen

malen: hard en onverstoorbaar met een grote versnelling rijden.

2009
2021-06-22
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

malen

Op een soepele wijze en in een gelijkmatig tempo fietsen. Frans: mouliner; tricoter; pédaler. Op de winderige paden en wegen door het vlakke, koude Vlaamse land maalde Bugno vorige week de kilometers weg. Zonder dat het bloed, zweet of tranen kostte. (Algemeen Dagblad, 05/04/1994)

Lees verder
2009
2021-06-22
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

malen

(ov ww; maalde; h. gemaaid) - (in een gelijkmatig tempo) trappen, de pedalen ronddraaien.

1973
2021-06-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Malen

➝Mélin.

1952
2021-06-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Malen

v., meal(l)e; water in de polder —, ynmealle.

1950
2021-06-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Malen

I. (maalde, heeft gemaaid), (veroud. en dicht.) schilderen, tekenen, afbeelden, beschrijven. II. (maalde, heeft gemalen), 1. met de tanden fijn maken: zijn eten malen; 2. door middel van een molen fijn maken: koffie malen, koren malen; — ook met het voortbrengsel als voorw.: tarwebloem malen; —(spr.) die eerst komt, eerst maalt, de e...

Lees verder
1949
2021-06-22
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Malen

(Fr. Mélin), gemeente in België, prov. Brabant. 1152 ha, 965 inw. Landbouw, witte bouwsteen.

Lees verder
1933
2021-06-22
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Malen

(Fr. Mélin), gem. in Waalsch-Brabant (VI 96 E4); opp. 1152 ha; ca. 1000 inw. (Kath.). Landbouw.

1919
2021-06-22
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Malen

Wie het eerst komt, het eerst maalt; later wel schijnbaar verbeterd in het eerst maant, daar men dacht aan om geld komen en manen. In de oudere maatschappij, toen men meer brood zelf bakte, en ’t meel bij den molenaar liet malen, wat trouwens in de dorpen nog gebeurt, was dit spreekwoord zeer pakkend; malen is dan hier bij overdracht voor zij...

Lees verder
1898
2021-06-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Malen

1. Malen (maalde, heeft gemaald), schetsen, teekenen, afbeelden, beschrijven. 2. Malen (maalde, heeft gemalen), fijn, tot gruis, tot stof, tot meel maken koffie, mosterd malen; inz. van koren door middel van een molen: wie heeft die tarwe gemalen ?; — (spr.) die eerst komt, die eerst maalt, de eerstgekomene wordt het eerst geholpen; —...

Lees verder
1898
2021-06-22
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Malen

zie Beschrijven.