Wat is de betekenis van magazijn?

2026-01-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Magazijn

(<Fr.), o. (-en), 1. gebouw of ruimte ingericht als en dienende tot bergplaats, bep. voor de waren van een koopman, of winkelier, pakhuis : goederen uit het magazijn halen, in een magazijn opslaan; 2. (lust.) tuighuis, arsenaal: magazijn van oorlog; 3. (in een geweer of pistool) ruimte waarin enige patronen, in een houder vervat, gelijktijdig...

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-19
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

magazijn

(18e eeuw, vero.) (euf.) vrouwelijk geslachtsdeel. Zie ook: snaphaan*. • Voor 't laatste, tot besluit wens ik u altijd kruit en dat uw bruidjes magazijn mag vrucht voortbrengen zonder pijn. (Gekroon Batavia. 1767)