Wat is de betekenis van Macis?

1994
2021-06-22
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Macis

[Fr.] (cul.) foelie.

1973
2021-06-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

macis

[Fr.], m., foelie van de nootmuskaat.

1950
2021-06-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Macis

(Fr.), v., foelie van de nootmuskaat.

1948
2021-06-22
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

macis

v. foelie, muskaatbloesem.

1916
2021-06-22
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Macis

Macis - Zie FOELIE.

1898
2021-06-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Macis

Macis v. foelie van de nootmuskaat.

1864
2021-06-22
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

macis

macis - v. foelie van de nootmuskaat

Gerelateerde zoekopdrachten