Wat is de betekenis van machine?

2020
2021-03-08
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

machine

Het begrip machine heeft 3 verschillende betekenissen: 1) toestel dat een werking verricht. toestel dat gewoonlijk bestaat uit verschillende onderdelen en dat door middel van mechanische kracht een bepaalde werking of handeling verricht, veelal ter vervanging van handenarbeid. 2) mechanisch vervoermiddel. mechanisch vervoermiddel, bi...

Lees verder
2020
2021-03-08
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

machine

1) (1939) (wielr.) racefiets. • ‘Het meest demarreren, het meest koplopen, steeds van voren als er moest worden geklommen, verkeerd rijden, pech aan z'n machine, de premies in grootschen stijl winnen en dan nog zegevieren in den eindsprint als 't ware op één been.... (Sport in beeld. Revue der Sporten, 24/07/1939) • R...

Lees verder
2019
2021-03-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

machine

machine - Zelfstandignaamwoord 1. (werktuigbouwkunde) een mechanisme dat een vorm van beweging of energie in een andere vorm van beweging of energie kan omzetten Woordherkomst Uit het Frans machine; uit het Latijn machina. Synoniemen apparaat

Lees verder
2018
2021-03-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

machine

machine - zelfstandig naamwoord uitspraak: ma-chi-ne 1. apparaat dat een bepaald werk kan doen ♢in deze fabriek staan honderd machines Zelfstandig naamwoord: ma-chi-ne de machine de mach...

Lees verder
2010
2021-03-08
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

machine

machine: racefiets; wordt meestal gebruikt voor tijdritfietsen; bolide, racekarretje. Wordt ook gebruikt om een renner aan te duiden die kan blijven gaan, die rijdt alsof hij een gestuurde robot is; 'La Machine'.

2009
2021-03-08
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

machine

Zo noemt de renner zijn racefiets. Kijk ook onder fiets. Het meest demarreren, het meest koplopen, steeds van voren als er moest worden geklommen, verkeerd rijden, pech aan z’n machine, de premies in grootschen stijl winnen en dan nog zegevieren in den eindsprint als ’t ware op één been... (Sport in beeld. Revue der Sporten, 24/07/1939) Reeds in 1...

Lees verder
2009
2021-03-08
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

machine

(de; -s) veroud. - fiets

1993
2021-03-08
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Machine

samengesteld toestel; krachtwerktuig

1990
2021-03-08
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

machine

machine - Toestellen die een aandrijfmechanisme bevatten waardoor ze handenarbeid vervangen of assisteren bij handenarbeid.

1973
2021-03-08
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

machine

[Fr.], v. (-s), 1. ieder uit delen bestaand toestel dat een bepaalde werking of functie kan verrichten: een helse -, toestel dat ingesteld kan worden om op een bepaald ogenblik te ontploffen; 2. (m.n.) zeer samengesteld werktuig waarmee handelingen verricht en voorwerpen vervaardigd worden, in de plaats komend voor het werk van de hand: in fabrieke...

Lees verder
1950
2021-03-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Machine

(Fr.), v. (-s), 1. ieder uit delen bestaand toestel dat zekere werking of functie kan verrichten: een helse machine, met ontplofbare stoffen; 2. (inz.) zeer samengesteld werktuig waarmede handelingen verricht en voorwerpen vervaardigd worden, in de plaats komend voor het werk van de hand : in de metaalfabrieken vindt men allerlei machine...

Lees verder
1948
2021-03-08
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

machine

(Fr.) v. (kunst)werktuig, toestel; fig. kunstgreep, list; ~ de guerre, oorlogswerktuig; lHomme -, titel v. e. werk v. d. 18e eeuwse Franse wijsgeer La Mettrie, waarin hij beweert dat de mens een zichzelf regelende machine is.

1940
2021-03-08
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Machine

De M. wordt onderscheiden in kracht-M. en arbeids- of werktuig-M. De eerste levert de voor aandrijving van de laatste benoodigde kracht (zie:Energie), beide ondersteunen en vervangen menschelijke (de eerste ook dierlijke) arbeidskracht en verleenen aan deze qualitatief en quantitatief nieuwe mogelijkheden. De M. vermindert in het algemeen de arbeid...

Lees verder
1933
2021-03-08
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Machine

(→Gr. mèchanè = werktuig), 1° Samengesteld toestel, dat dient voor het overbrengen van krachten. 2° Toestel, dat mechanisch arbeidsvermogen maakt uit een ander soort energie (stoommachine, verbrandingsmotor, enz.).

Lees verder
1916
2021-03-08
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Machine

Werktuig, een toestel, dat het een of ander automatisch verricht, wanneer het in beweging gebracht wordt.

1914
2021-03-08
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

machine

machine, - v., werktuig ; kunstgreep.

1898
2021-03-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Machine

Machine v. (-s), ieder toestel dat uit deelen bestaat eene helsche machine, met ontplofbare stoffen; inz. de zeer samengestelde werktuigen in fabrieken, op stoomschepen, spoorwegen enz.; — vaak in toepassing op de stoommachine: de machine bedienen, aanzetten, stopzetten, belasten; eene machine met oververhitten stoom, met condensator; &mdash...

Lees verder
1898
2021-03-08
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Machine

zie Gereedschap.

1870
2021-03-08
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Machine

Machine (De) is op technisch gebied volgens sommigen eigenlijk de tegenhanger van het werktuig. Met dezen laatsten naam immers bestempelt men alle gereedschappen, waarvan de mensch zich tot het vervaardigen van technische voorwerpen bedient. Het werktuig vereischt alzoo de vaardige hand en den denkenden geest van den werkman. De machine daarentegen...

Lees verder
1864
2021-03-08
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

machine

machine - v. (machinen, machines), kunstwerktuig, toestel; (fig.) list, kunstgreep