Wat is de betekenis van Maatschappij?

2019
2022-10-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

maatschappij

maatschappij - Zelfstandignaamwoord 1. vereniging tot het drijven van handel 2. de wereld, omgang en verkeer der mensen Woordherkomst afgeleid van maatschap met het achtervoegsel -ij Synoniemen [1] bedrijf, vennootschap [2] gemeenschap, gezelschap, samenleving

Lees verder
2018
2022-10-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

maatschappij

maatschappij - zelfstandig naamwoord uitspraak: maat-schap-pij 1. alle mensen samen en hoe ze met elkaar omgaan ♢in deze maatschappij wordt nog steeds gediscrimineerd 2. handelsonderneming of verzekeringsbedrijf ...

Lees verder
2007
2022-10-01
Samenlevingen

Samenlevingen - inleiding in de sociologie

Maatschappij

Het sociale leven van mensen in het algemeen/de grootste sociale eenheid waartoe mensen behoren.

2004
2022-10-01
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

maatschappij

(de, -en) in België ook vereniging: muziekmaatschappij

1973
2022-10-01
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

maatschappij

v. (-en), 1. vereniging van personen tot een onderneming van handel, nijverheid enz.: van levensverzekering; een maatschappij op aandelen; 2. vereniging tot het beoefenen van wetenschap, kunst of letterkunde; 3. (gew.) vereniging, m.n. van vakgenoten: vele maatschappijen namen deel aan de optocht; 4. samenleving, de wereld, omgang en verkeer van...

Lees verder
1963
2022-10-01
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar

maatschappij

(de, -en), (i.h.b.:) groot bedrijf, onderneming. Mijn vader stierf toen ik twintig was, een bedrijfsongeval, zei ze bitter, m’n moeder kreeg een jaar lang geld van de maatschappij, toen was het afgelopen (Doelwijt 1972b: 104). - Etym.: In AN verouderend.

Lees verder
1955
2022-10-01
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

MAATSCHAPPIJ

betekent in de spreektaal de gehele samenleving of, in tegenstelling tot de staat als geordend rechts- en machtsinstituut, het geheel van vrije verbanden en groepen. Hierbij wordt gedacht aan de gemeenschap als draagster van geestelijke (culturele en morele) waarden enerzijds, van het economisch produceren anderzijds. Deze maatschappij was weinig g...

Lees verder
1952
2022-10-01
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Maatschappij

s., maetskippij.

1950
2022-10-01
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Maatschappij

v. (-en), 1. vereniging van personen tot een onderneming van handel, nijverheid enz.: maatschappij van levensverzekering ; een maatschappij op aandelen; 2. vereniging tot het beoefenen van kunst of letterkunde en derg.: de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden; 3. (Zuidn.) vereniging, inz. van vakgenoten: vele maatsc...

Lees verder
1949
2022-10-01
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Maatschappij

vereniging van personen tot een bepaald geoorloofd doel. Vaak wordt M. gebruikt als synoniem voor de Naamloze Vennootschap.

1937
2022-10-01
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

maatschappij

v. maatschappijen: 1. samenleving, gemeenschap; wereld: de burgerlijke maatschappij; in de grote maatschappij; de revolutie wil de maatschappij ontwrichten, orde en wet; 2. vereniging tot bevordering van bepaalde belangen; genootschap tot beoefening van kunst enz.: de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, opgericht in 1784 door J. Nieuwenhuis...

Lees verder
1933
2022-10-01
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Maatschappij

A) in engeren zin ieder veelvoud van personen, dat met het oog op de bereiking van een gemeenschappelijk doel, min of meer duurzaam tot een geordende eenheid is geworden. Het veelvoud van menschen is het materieel, de zedelijke eenheid van dat veelvoud het formeel bestanddeel van de m. De meest beslissende rol wordt in de m. vervuld door het gemeen...

Lees verder
1930
2022-10-01
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

maatschappij

(ma:tschap'pij) v. (-en) [→ maat (handlanger)] vereniging nl 1. van personen die het kapitaal leveren voor een nijverheids- of handelsonderneming: direkteur van een -; een oprichten, stichten; een koöperatieve -; een van brandassurantie, van levensverzekering 2. genootschap tot beoefening van letteren, kunst, wetenschap, filantropie...

Lees verder
1926
2022-10-01
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Maatschappij

I. De menschelijke samenleving, het geheel van fijnvertakte betrekkingen tusschen de menschen bestaande, die hen individueel en in gezinsverband, tot een organische levenseenheid samenbinden. Het is het normale scheppingsleven, dat zich in de maatschappij aandient en dat door de zonde in zijn ontwikkeling gestuit zou zijn, indien niet de Gemeene Gr...

Lees verder
1916
2022-10-01
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Maatschappij

Maatschappij - 1) menschelijke samenleving (zie STAAT, CONTRAT SOCIAL); 2) eenigszins ouderwetsche uitdrukking voor vereeniging (b.v. Mij. t. Nut v. ’t Algemeen) in den ruimen zin des woords en dus ook omvattend de vennootschap (b.v. Mij. t. Exploitatie v. Staatsspoorwegen).

Lees verder
1910
2022-10-01
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Maatschappij

Maatschappij - zie Vennootschap. — Kist, Mr. J. G., De Maatschap of Vennootschap.

Lees verder
1908
2022-10-01
Vivat

Schrijver op Ensie

Maatschappij

maatschap, vennootschap, vereeniging; ook de samenleving.

1898
2022-10-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Maatschappij

Maatschappij v. (-en), vereeniging van personen tot eene handelsonderneming enz.: maatschappij van levensverzekering; handelmaatschappij; — vereeniging tot het beoefenen van kunst of letterkunde; de maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden; — samenleving, de wereld, omgang en verkeer der menschen: de orde der maatschappij v...

Lees verder
1898
2022-10-01
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Maatschappij

zie Bond.

1870
2022-10-01
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Maatschappij

De Maatschappij. Het leven en de ontwikkeling van den afzonderlijken mensch en alzoo van de menschheid worden alleen mogelijk door de onderlinge vereeniging dier enkelen. Wanneer de mensch zich afzondert van zijne natuurgenooten, gaat hij verloren naar ligchaam en geest. Bij eene onderlinge vereeniging van menschen is het intusschen onnoodig, dat h...

Lees verder