Wat is de betekenis van maatjesharing?

2020
2021-06-18
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

maatjesharing

nieuwe haring. eerste, jonge haring van het seizoen die nog geen hom of kuit heeft aangemaakt en daardoor zijn hoge vetpercentage heeft behouden en die na gekaakt, gezouten en gefileerd te zijn rauw uit de hand of op een broodje gegeten wordt, meestal met rauwe, gesneden uitjes erbij; maatje; Hollandse nieuwe; nieuwe haring. Voorbeelden:...

Lees verder
2019
2021-06-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

maatjesharing

maatjesharing - Zelfstandignaamwoord 1. (voeding) Nederlandse benaming voor de eerste, jonge haring van het seizoen die geschikt is voor consumptie, Hollandse Nieuwe Er mag dit jaar 200 miljoen kilo haring gevangen worden, ruim 20 procent meer dan in 2010. Zo’n 15 procent van de haringvangst wordt gebruikt...

Lees verder
2016
2021-06-18
Culinair van a tot z

Culinair van a tot z

maatjesharing

Eerste jonge haring van het seizoen die nog geen hom of kuit heeft aangemaakt en daardoor zijn hoge vetpercentage heeft behouden en die na gekaakt, gezouten en gefileerd te zijn rauw uit de hand of op een broodje gegeten wordt. In sommige gevallen geeft men er rauwe gesneden uitjes erbij.

1980
2021-06-18
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Maatjesharing

Iedereen denkt dat maatjesharing haring is van een bepaalde afmeting of haring die per maat of in een maatje wordt verkocht-als men tenminste over de betekenis van het woord denkt. Niets is echter minder waar. In oude geschriften vindt men de oorspronkelijkenaam terug. Die luidt: maeghdekensharing, d.w.z. jonge haring zonder hom of kuit. Deze &lsqu...

Lees verder
1973
2021-06-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

maatjesharing

[verbastering van: maagdjesharing], m., (stofn.), jonge haring, die nog niet geslachtsrijp is.

1950
2021-06-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Maatjesharing

m. en v. (als stofn.), (eig. maagdekesharing) haring waarbij de hom of kuit nog niet ontwikkeld is.

1949
2021-06-18
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Maatjesharing

(van maagdekensharing), haring waarvan kuit en hom, in tegenstelling met volle haring, nog niet rijp zijn.

1937
2021-06-18
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Maatjesharing

Jonge haring zonder hom of kuit (Fr. hareng vierge), die in Juni gevangen wordt. De haringvangst regelt zich naar den trek van de haring. Vóór Juni, soms reeds in April, schoolt deze ter hoogte van de Shetlandsche eilanden. De beugvisschers vangen deze onrijpe haring in kolnetten (kol is een soort hennep), en gebruiken ze als aas voor...

Lees verder
1933
2021-06-18
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Maatjesharing

→ Haring.

1916
2021-06-18
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Maatjesharing

Maatjesharing - Nog niet geslachtsrijpe, vette haring, die bij het begin der visscherij gevangen wordt.

1898
2021-06-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Maatjesharing

Maatjesharing v. (m. (-en) als voorwerpsn.) eene soort van haring, waarbij de hom of kuit nog niet ontwikkeld zijn; ze zijn zeer vet en smakelijk.