Maat
I. MAAT v. (maten), 1. vat van een bepaalde inhoud, om droge of natte waren te meten: maten van glas; — (fig.) de maat is vol, het is nu genoeg; — met twee maten meten, niet onpartijdig zijn : — er blijft veel aan maat en strijkstok hangen, er gaat bij die handel veel verloren; de tussenpersonen eigene...