Synoniemen van maand

2019-09-19

maand

Het begrip maand heeft 37 verschillende betekenissen: 1) hoeveelheid van iets anders dan tijd, die bepaald of berekend wordt naar de tijdsduur van een maand 2) maand die rustig verloopt, zonder dat er veel te doen is of zonder stoornis 3) laatste maanden in het jaar waarin de dagen kort zijn en het weer vaak somber 4) ruim een maand; iets meer dan een maand 5) een groot aantal maanden; talloze maanden 6) slechts een klein aantal maanden; weinig maanden 7) de meest recente maanden; de laatste maa...

Lees verder
2019-09-19

maand

maand - Zelfstandignaamwoord 1. (tijdrekening), (eenheid) elk van de twaalf met een eigen naam onderscheiden tijdvakken van 28, 30 of 31 dagen waarin een jaar verdeeld wordt Ik ben geboren in de maand juli. Woordherkomst afkomstig van: Middelnederlands: maent Oudernederlands: mānoth Germaans: *mēnōþs Indo-Europees: *mḗh₁n̥s Uitdrukkingen en gezegden ♦ de afgelopen maanden

Lees verder
2019-09-19

maand

maand - zelfstandig naamwoord 1. een twaalfde deel van een jaar, ongeveer dertig dagen ♢januari is de eerste maand van het jaar Zelfstandig naamwoord: maand de maand de maanden het maandje

Lees verder
2019-09-19

Maand

Maand v. (-en), het twaalfde gedeelte van een jaar, tijdsverloop van ± 30 dagen; de maand Februari heeft 28 en in een schrikkeljaar 29 dagen; ik heb deze kamer voor zes maanden gehuurd; — een kind van negen maanden, een voldragen kind; een kind van zeven maanden, een onvoldragen kind; — hij kreeg zes maanden, gevangenisstraf; (ook) termijn waarbinnen men een examen waarop men is afgewezen, niet mag overdoen. MAANDJE, o. (-s)

2019-09-19

Maand

Het jaar is verdeeld in 12 maanden, van welke vier 30 en zeven 31 dagen tellen, terwijl Februarij er 28 of 29 kan hebben. In het voorgaand artikel hebben wij gezien, dat die verdeeling van den omloopstijd der maan afkomstig is, doch daar het jaar — de omloopstijd der aarde om de zon — 127/19de omloopstijd van de maan bevat, heeft men die 7/19de over de12 moeten verdeelen, om met 12 maanden het jaar vol te maken. De gebruikelijke namen der maanden zijn van oud-Romeinschen oorsprong. De Nederl...

Lees verder
2019-09-19

Maand

Maand, - oorspronkelijk de omloopstijd der maan om de aarde. Dat zou dus strikt genomen de tijd moeten zijn, dien de maan noodig heeft, om bij haar rondgang aan den hemel wederom hetzelfde punt — waarvoor men met groote benadering een vaste ster zou kunnen nemen — te bereiken. Maar de eigenaardigheden der maansbeweging brengen mede, dat de maan na een omloop nooit nauwkeurig hetzelfde punt bereikt: de hier gedefinieerde m. (de siderische m.) is slechts langs een omweg te bepalen, en wel in h...

Lees verder
2019-09-19

Maand

Maand - het 12e deel van een jaar. Daar het jaar 365 dagen heeft, zou elke maand precies moeten zijn 30 d. 10 u. 29’ en 4”, doch om ronde getallen te krijgen heeft men eenige maanden op 30 d. en de andere op 31 d. gesteld, uitgezonderd Februari, die 28 d. heeft en in schrikkeljaren 29 dagen. De namen der maanden zijn van Romeinschen oorsprong.

2019-09-19

Maand

A) Algemeen. Maand is oorspr. de duur van nieuwe maan tot nieuwe maan = 29 dagen, 12 uur, 44 min, 3 sec (synodische m.). In de Oudheid werd bij vele volkeren deze maand in den kalender gebruikt. Het begin van de m. was dan het eerste verschijnen na nieuwe maan van de smalle maansikkel aan den avondhemel. Dit werd door priesters of ambtenaren waargenomen. Het jaar van 12 m. begon dan steeds met nieuwe maan en om de gemiddelde lengte van het jaar gelijk het zonnejaar te houden, werd nu en dan een...

Lees verder