Wat is de betekenis van Maagdenhoning?

1973
2021-06-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

maagdenhoning

m., →lekhoning.

1950
2021-06-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Maagdenhoning

m., ongepijnde honing, die zelf zonder persing zich uit de honingraten afscheidt.

1937
2021-06-18
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Maagdenhoning

Honing, die zonder persen, verwarmen of slingeren uit de raten is gevloeid: de zuiverste honing. Maagdenhoning wordt ook wel ongepijnde honing genoemd (pijnen is inspannen, hier persen).