Wat is de betekenis van lustig?

2018
2021-05-12
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

lustig

lustig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: lus-tig 1. waarvan je in een goede stemming komt ♢ ze speelden een lustig muziekje Bijvoeglijk naamwoord: lus-tig ... is lustiger dan ... de/het...

Lees verder
1973
2021-05-12
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

lustig

bn. enbw. (-er,-st), 1. zin, geneigdheid hebbend om bezig te zijn of iets te ondernemen, opgewekt: fris en zijn; (bw.) met opgewektheid: zingen; 2. vrolijk, levendig, dartel: een lied; een — leven leiden; — lachen; 3. flink, met kracht, zeer terdege: een knappend vuur.

Lees verder
1952
2021-05-12
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Lustig

adj. & adv., fleurich, lustich, hertlik; (adv.), helder-op, fleurich-op.

1950
2021-05-12
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Lustig

bn. bw. (-er, -st), 1. zin, geneigdheid hebbende om bezig te zijn of iets te ondernemen, opgewekt: fris en lustig zijn ; — (bw.) met opgewektheid : lustig zingen; 2. (germ.) vrolijk, levendig, dartel: een lustig lied; een lustig leven leiden ; lustig lachen; 3. flink, met kracht, zeer, terdege : hij kreeg lustig wat op de rug; een lustig kna...

Lees verder
1898
2021-05-12
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Lustig

Lustig bn. bw. (-er, -st), vroolijk, blijmoedig, opgeruimd, levendig, dartel: een lustig lied; lustig zingen; een lustig leven leiden; lustig lachen; — (muz.) allegro; — (flg.) groot; zeer, terdege: hij kreeg lustig wat op den rug; — flink, ferm lustig aan (aanmoediging). LUSTIGHEID, v. LUSTIGJES, bw.

Lees verder
1870
2021-05-12
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Lustig

Lustig (Jacobus Willem), een verdienstelijk toonkunstenaar, geboren den 21sten September 1806, leerde de beginselen der muziek van zijn vader, die de betrekking van organist bekleedde en werd zelf in 1728 organist in de St. Maartenskerk te Groningen. In 1732 bezocht hjj Londen, om er de concerten van Händel te hooren. Hjj was voorts de leermeester...

Lees verder