Lust
m. (-en), 1. begeerte, trek, aandrift: hij laat zich door zijn lusten regeren; — geneigdheid, zin, trek: ik heb geen lust tot eten; ik zou wel lust hebben om een wandeling te maken; lust in iets krijgen ; iem. de lust tot iets benemen; — trek van een zwangere vrouw in bepaalde, soms onverteerbare zaken; 2. hartstocht, zinnelijke, bep....