Synoniemen van Lul

2019-11-20

Lul

Lul - de lul zijn: een vervelende opdracht krijgen. Lul met vingers: nare vent. Syn.: klojo, kloothommel.

2019-11-20

lul

lul - Zelfstandignaamwoord 1. (informeel) het geslachtsdeel van de man, de penis 2. (scheldwoord) een scheldwoord voor een man 3. (vulgair) sukkel, schlemiel Ik moet de trein halen, anders ben ik de lul. 4. (f) Arch. (1811) : een klein driehoekig zeil dat voor op kleine schepen gezet wordt, kuiffok Ik koos de lul voor 't zeil'' - Huygens. 5. (f) Arch. (1811) :...

2019-11-20

lul

lul - zelfstandig naamwoord 1. iemand die erg onhandig is ♢ het is toch zo'n lul in die dingen 1. lulhannes [sufferd, sukkel] 2. lulletje rozenwater [sullige, onmannelijke man met slap karakter] 3. voor lul staan [je belach...

2019-11-20

lul

Zeer frequent in soldatentaal is de verwensing krijg een dikke lul! Een enkele maal noteerde ik ook dikke lul drie bier! Het gaat hier om een variant van krijg een dikke fietsbel!; krijg een dikke tampeloeres! en van dikke tam(p)! Met de erectie heeft: de vloek niets meer van doen. Zij drukt verontwaardiging, frustratie en irritatie uit. De betekenis van de verwensing is ‘je kunt me wat, bekijk het maar, rot maar op, ik kots van je’. Onder jongeren komt oo...