Wat is de betekenis van Luisteren?

2019
2022-08-19
Jannes H Mulder

Schrijver op Ensie

Luisteren

Luisteren is bewust geluid horen en daaraan betekenis geven. De wijze van luisteren loopt sterk uiteen. Bijvoorbeeld zogenoemd oorzakelijk luisteren waar iemand vraagt waar dat lawaai toch vandaan komt. Of differentiërend of interpretatief luisteren. Wat voor raar geluid hoor ik? Acousmatisch luisteren maar het geluid van achter een gordijn (p...

Lees verder
2019
2022-08-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

luisteren

luisteren - Werkwoord 1. (inerg) ~ naar gericht waarnemen met het oor Luister naar wat ik zeg! 2. (inerg) een bevel opvolgen De hond luistert meteen naar zijn baasje. 3. glans geven aan, tot luister brengen Uitdrukkingen en gezegde...

Lees verder
2018
2022-08-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

luisteren

luisteren - regelmatig werkwoord uitspraak: luis-te-ren 1. je aandacht erop richten om het te horen ♢ ik luister naar de radio 2. hem gehoorzamen ♢ die kinderen willen niet luisteren ...

Lees verder
1995
2022-08-19
Gespreksvoering

Basisvaardigheden en gespreksmodellen

luisteren

het actieve proces van ontvangen, bewerken en interpreteren van signalen tot een zinvol geheel.

1973
2022-08-19
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

luisteren

(luisterde, heeft geluisterd). 1. (met aandacht) horen om iets te vernemen, ingesteld zijn om te horen: luister eens, hoor je dat geluid ook?; luister goed naar hetgeen ik u zeggen zal; het oor te luisteren leggen, horen naar wat er gezegd wordt; 2. tersluiks trachten te horen: aan de deur luisteren; (spr.) die luistert aan de wand, verneemt zijn...

Lees verder
1952
2022-08-19
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Luisteren

v., harkje, lústerje, tahearre; staan —, op ’e hark, lúster stean; aandachtig —, mei sawn pear earen harkje; het luistert nauw, it stekt, siket, hipt nau, it harket krekt, it leit tear, it is nau to hippen, to hitten.

1950
2022-08-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Luisteren

(luisterde, heeft geluisterd), 1. (met aandacht) horen om iets te vernemen, ingesteld zijn om te horen: luister eens, hoor je dat geluid ook ?; luister goed naar hetgeen ik u zeggen zal; hij heeft niet geluisterd naar de preek; — het oor te luisteren leggen, horen naar wat er gezegd wordt; 2. ter sluiks trachten te horen: aan de deur luister...

Lees verder
1937
2022-08-19
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

luisteren

luisterde, heeft geluisterd: 1. oplettend naar iets horen inz. met de wens om het gesprokene te verstaan: aandachtig naar een spreker luisteren, scherp luisteren; spreek, ik zal goed luisteren; 2. ter sluiks trachten te horen, afluisteren: aan de deur van een kamer luisteren; spreekw. Die luistert aan de wand, hoort vaak zijn eigen schand; 3. aanda...

Lees verder
1898
2022-08-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Luisteren

Het begrip luisteren heeft 4 verschillende betekenissen: 1. luisteren - Luisteren - (luisterde, heeft geluisterd), glanzig maken (bont enz.). 2. luisteren - Luisteren - (luisterde, heeft geluisterd), (gew.) zacht aan het oor zeggen, fluisteren. 3. luisteren - Luisteren - (luisterde, heeft geluisterd), scherp naar iets hooren: luister goed naar...

Lees verder
1898
2022-08-19
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Luisteren

zie Hooren, zie Aanhooren.

1856
2022-08-19
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Luisteren

o.w. - Gehoor geven. Het schip wordt gezegd naar het roer te luisteren, wanneer het de beweging aanneemt, welke de roerganger er aan wenscht mede te deelen. 't Schip luistert naar geen roer, naer Stuurman noch kompas. Vondel. LOF der Zeevaert.

Lees verder