Wat is de betekenis van Lucide?

2020
2022-11-30
Onze Taal

Genootschap Onze Taal | Woordpost

lucide

betekenis helder uitspraak [lu-sie-duh] citaat "Mbembe zoekt lucide redenerend naar de grenzen van het begrip 'ras' en stelt voor het concept niet meer te gebruiken. Hij grijpt het nieuwe evenwicht in de wereld aan om met pijnlijke precisie het rassenbesef te deconstrueren." Bron: Een pijnlijk precieze deconstructie van het ra...

Lees verder
2019
2022-11-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

lucide

lucide - Bijvoeglijk naamwoord 1. klaar , duidelijk een lucide kijk op iets hebben

Lees verder
1994
2022-11-30
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Lucide

[Fr., van Lat. lucidus, van lux, lucis licht] helder.

1993
2022-11-30
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Lucide

helder van geest

1973
2022-11-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

lucide

[Fr.], bn., helder, klaar, stralend, m.n. helder van geest: ogenblikken, heldere ogenblikken (van een geesteszieke).

1955
2022-11-30
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Lucide

helder, klaar

1952
2022-11-30
Frans woordenboek (FR-NL) 1950

Dr. F.P.H. Prick van Wely

Lucide

helder, klaar; helderziend.

1950
2022-11-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Lucide

(Fr.), bn., helder, klaar, stralend; lucide ogenblikken, heldere ogenblikken (van een krankzinnige).

1949
2022-11-30
Woordenboek Latijn

Geschreven door Dr. J.F.L. Montijn

Lūcĭdē

adv. helder, klaar, duidelijk.

1949
2022-11-30
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Lucide

(Fr.), helder, klaar.

1948
2022-11-30
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

lucide

(Fr.) helder; helderziend.

1937
2022-11-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

lucide

bn.; Fr. (Lat. lucidus v. lux = licht): helder, klaar: lucide ogenblikken.

1930
2022-11-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

lucide

(lu'si:dә) bn. [Fr. < Lat. lucidus < lux, licht] helder, klaar, lichtend: de ogenblikken van een krankzinnige.

1914
2022-11-30
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

lucide

lucide - helder, klaar.

1906
2022-11-30
wink

Wink's vreemde woordenboek

Lucide

Fr., helder, klaar; helderziend.

1898
2022-11-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Lucide

Lucide bn. helder, klaar, lichtend, glanzend, stralend; onbevangen; lucide oogenblikken, heldere oogenblikken (van een krankzinnige).

1864
2022-11-30
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

lucide

lucide - bn. helder, klaar, onbevangen; lucide oogenblikken (van eenen krankzinnige)