Wat is de betekenis van louche?

2019
2022-06-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

louche

louche - Bijvoeglijk naamwoord 1. onguur, verdacht, met een slechte reputatie Woordherkomst Van het Frans, louche: onguur, verdacht, van het Oud Frans losche: scheel, van het Latijn luscus: met één oog, blind aan één oog. Synoniemen onguur, verdacht

Lees verder
2018
2022-06-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

louche

louche - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: loe-sje 1. ongure, verdachte, onbetrouwbare ♢ er hingen daar allerlei louche types rond Bijvoeglijk naamwoord: loe-sje

Lees verder
1994
2022-06-25
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Louche

[Fr., van Lat. luscus = eenogig] loens, scheel; verdacht, onguur (bijv. type).

1993
2022-06-25
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Louche

onguur

1979
2022-06-25
drank

Wijn & drank encyclopedie

Louche

Wordt gezegd van een wijn die troebel is door de aanwezigheid van kleine, rondzwevende deeltjes. Dit euvel wordt soms veroorzaakt door een te sterke en te snelle temperatuurswisseling.

1973
2022-06-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

louche

[Fr.], bn. en bw., onguur, verdacht.

1955
2022-06-25
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Louche

ongunstig, verdacht

1950
2022-06-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Louche

(<Fr.), bn. bw., onguur, verdacht.

1948
2022-06-25
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

louche

(loesj) (Fr.) 1 scheel, loens; 2 verdacht.