Synoniemen van lopen

2019-10-15

Lopen

Als een Turkse Nederlander in Turkije een winkel binnenloopt, dan gaan voor hem de prijzen meteen omhoog. Het winkelpersoneel heeft aan de manier van lopen gezien dat er een Europese Turk binnenkomt. Ook voor hen gelden de hogere toeristenprijzen. De man loopt doelgericht zoals de meeste West-Europeanen. In grote delen van de wereld is lopen meer kuieren, minder op een doel gericht. Het gaat meer om het buiten zijn, genieten van de zon, rondkijken en een praatje maken.

2019-10-15

Lopen

Lopen - 'gaan lopen': de groep achter zich laten, wegvluchten. Fr. se détacher, se tirer. Eng; to jump away.

2019-10-15

lopen

lopen - Werkwoord 1. (Noord-Nederlands) ergatief stappen, gaan Lopen naar het stadhuis is sneller dan met de auto. 2. (Zuid-Nederlands) ergatief rennen Je zal moeten lopen als je de trein nog wil halen. 3. (Noord-Nederlands) (inerg) stappen, gaan Hij heeft gisteren een heel stuk gelopen. ...

2019-10-15

Lopen

Politieterm voor het rondhangen van met name Antilliaanse- en Marokkaanse jongeren op een bepaalde plek, vaak met de bedoeling een slachtoffer uit te kiezen voor een beroving.

2019-10-15

lopen

(onov ww; liep; h. en is gelopen) LO - zich op de benen snel voortbewegen: lopen als een haas, de wind, snel lopen; loop je niet, zo heb je niet, als men zich niet inspant, zal men niets bereiken.

2019-10-15

lopen

1. Van een kleur: zodanig bij de tegenpartij verdeeld zijn dat kan worden voortgegaan met het maken van slagen in die kleur. 2. Op de loop gaan, weglopen.

2019-10-15

lopen

lopen - onregelmatig werkwoord uitspraak: lo-pen 1. je te voet voortbewegen door stappen te nemen ♢ er lopen twee mannen voorbij 1. hij zet het op een lopen [gaat heel hard lopen] 2. een eindje lopen [wandelen] 3. hij loopt als een kievit