Wat is de betekenis van Loom?

2019
2022-07-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

loom

loom - Bijvoeglijk naamwoord 1. weinig geneigd zich te bewegen, weinig uitnodigend tot beweging Wat een lome dag vandaag! 2. (handel) weinig bereidheid tonend tot handel te komen Imtech onderuit op loom Damrak.

Lees verder
2018
2022-07-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

loom

loom - bijvoeglijk naamwoord 1. op een prettige manier lui en traag ♢ wat word je loom van dat warme weer! 1. een lome warmte [warmte die loom maakt] Bijvoeglijk naamwoord: loom ...

Lees verder
2017
2022-07-04
Beursspeculanten

Jargon & Slang van Beursspeculanten

Loom

Loom - weinig vraag naar. Bijv. ijzer loom.

1973
2022-07-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

loom

bn. enbw. (lomer,―st), een gevoel van zwaarte in de ledematen, vermoeid en daardoor mat in de beweging, traag, langzaam: ik ben zo loom in mijn benen; met lome schreden gaan; zich loom bewegen; van zaken: een lome warmte, die loom maakt.

1952
2022-07-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Loom

adj. & adv., sleau, slûch, loom, lôch, dodzich, slommerich, têd; (van het weer), mudzich, rnodzich, maf(fich), slûch, loom, lam, lomich; — en traag, bimochtich, wanmochtich.

1951
2022-07-04
Engels

Woordenboek Engels (1951)

loom

1. weefgetouw; 2. schacht van een roeispaan; 3. zie auk, guillemot, loon & puffin. 4. zich (in flauwe omtrekken) vertonen, (dreigend) oprijzen, opdoemen; loom ahead, opdoemen; loom large, een voorname of veel plaats innemen [in boek].

Lees verder
1950
2022-07-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Loom

bn. bw. (lomer, -st), 1. een gevoel van zwaarte in de leden hebbend of daarmee gepaard gaand, vermoeid en daardoor mat, in de beweging, traag, langzaam: ik ben zo loom in mijn benen; met lome schreden gaan; zich loom bewegen;een lome warmte, die loom maakt; 2. niet flink, zonder energie: loom van geest;...

Lees verder
1937
2022-07-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

loom

lomer, loomst I. bn. (1 traag, ongeneigd tot beweging; niet vlug voortkunnende; met tegenzin geschiedende; 2 niet flink, zonder energie): 1. loom van vermoeienis; een loom en lam gevoel; lome schreden, bewegingen; 2. een lome massa; beursbericht; ijzer loom, er was weinig vraag naar, flauw. II. bw. (op trage wijze, langzaam; niet van energie getui...

Lees verder
1898
2022-07-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Loom

Loom bn. bw. (-er, -st), mat, stijf in de beweging, traag, langzaam: ik ben zoo loom in mijne beenen, door al mijn leden; met loome schreden gaan; loom opzien; zich loom bewegen.

1898
2022-07-04
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Loom

zie Log.