2019-12-13

loeder

loeder - Zelfstandignaamwoord 1. gemeen persoon Mijn vader is de dader en mijn moeder is een loeder, vond de boze puber. Een man die op Jan Wolkers lijkt vertelt dat zijn overleden vrouw soms „door het huis spookt”, dan liggen er ineens dingen op de grond. „Dan zeg ik: waar ben je mee bezig geweest, loeder!” 2. lokaas Woordherkomst verlokkende gestalte Synoniemen...

2019-12-13

Loeder

Loeder m. en v. (-s), gemeen, laag persoon, gemeene vent, ellendeling, lodder; ontuchtig vrouwspersoon, hoer.

2019-12-13

loeder

dweil; slobber; meid van slecht allooi.