Wat is de betekenis van Link?

2022
2022-09-29
vindpunt

Vindpunt.nl

link

(zelfstandig naamwoord) [ict] koppeling, doorklikpunt, verwijzer, webschakel, schakel - Waar staat het op internet? Kun je mij de koppeling sturen? [alg.] schakel, verband - Volgens inentingsweigeraars bestaat er een verband tussen vaccins en autisme.

Lees verder
2022
2022-09-29
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

link

1) (19 eeuw) (Barg.) gevaarlijk; onbetrouwbaar; onzeker; riskant. Bij Köster Henke (De Boeventaal): 'Link gajes': gevaarlijk volk. Zie ook: linke* soep. • Link: niet vertrouwbaar. (A. Aletrino: Handleiding bij de studie der crimineele anthropologie. 1904, woordenlijst achteraan) • Mooie Karel slenterde in kalme stemming, juist de ne...

Lees verder
2020
2022-09-29
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Link

Zie Lense

2019
2022-09-29
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

link

gevaarlijk; slim, glad, handig, leep Omstreeks 1840 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordverzameling, uit Zele in Oost-Vlaanderen, in de betekenissen ‘slecht, kwaad, hard’. Vervolgens omstreeks 1860 door M. Verwoert, indertijd directeur van een gevangenis te Utrecht, vermeld voor ‘slecht, diefachtig’. In 1906 komen we het, in De Boeven...

Lees verder
2019
2022-09-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

link

link - Bijvoeglijk naamwoord 1. gevaarlijk, riskant Voor Europeanen is autorijden in Engeland een linke zaak. 2. sluw Zakkenrollers zijn erg link. link - Zelfstandignaamwoord 1. een betrekking of relatie ...

Lees verder
2018
2022-09-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

link

link - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord 1. met de kans dat er iets ergs gebeurt ♢ het is nogal link om zonder licht te fietsen 1. verwijzing naar een webpagina of andere site ♢ als je op de link...

Lees verder
2017
2022-09-29
Televisiemakers

Jargon & Slang van Televisiemakers

Link

Link - muziekje dat tussen twee scènes ingelast wordt.

2001
2022-09-29
Internet woordenboek

Uitgave 2001 [draft]

link

zie hyperlink.

1999
2022-09-29
Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Link

Link - (Eng. ‘schakel’), verbinding naar een andere plaats op het Internet. Wordt meestal onderstreept en in het blauw weergegeven. Wanneer de gebruiker met de muis op zo’n link klikt, verandert het pijltje in een handje. → hyperlink, hypertext. Verder stuit je in de meeste artikels wel op een of andere link, die je meteen doorsluist naar de pagina...

Lees verder
1998
2022-09-29
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Link

1. -e soep,gevaarlijke, riskante zaak. Oorspr. soldatenslang, tegenw. informeel. Gevaarlijk... zoeken naar de waarheid... daar komt nooit iets goeds uit voort. Linke soep, meneer de Bie. (Wim de Bie: Schoftentuig, 1988) Voor die andere ziekte, sief, was ik als de dood, want dat is linke soep en daar was je niet zo in één twee drie vanaf. (Haring A...

Lees verder
1990
2022-09-29
BDI

BDI terminologie

link

verbinding tussen onafhankelijke descriptoren die de inhoud van een document omschrijven, aangebracht om te voorkomen dat bij postcoördinatie door onjuiste combinaties irrelevante documenten opgeleverd worden.

1985
2022-09-29
Woordenboek automatisering

Henk Biemond - 1985

Link

Verbinding Bij het programmeren is dit het gedeelte van een programma, in sommige gevallen één enkele instructie of een adres, dat de besturing en de parameters tussen de afzonderlijke delen van het programma doorgeeft.

1973
2022-09-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

link

bn., 1. slim, leep; (ook) vals, gevaarlijk, lelijk, riskant; linke waar, gestolen goed; linke jongens, dieven; 2. (gew.) links, linker: aan zijn linke kant.

Lees verder
1955
2022-09-29
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Link

(Barg.) loos, slim, gevaarlijk; niet pluis.

1951
2022-09-29
Woordenboek Engels (EN-NL) 1951

Dr. F.P.H. van Wely

link

I. schakel, schalm; lengte van 7.92 inch; (pek)toorts; fig band; links; 1. vlakke, met gras bedekte strook aan de zeekust; golfbaan; 2. schakelmanchetknopen; II. steken (door in);-, link (up), aaneenschakelen, verbinden, verenigen, aansluiten (met, aan to, with); be linked (up) with, ook: aansluiten bij, op; III. link up with, zich verbinden met,...

Lees verder
1951
2022-09-29
Duits woordenboek (DU-NL) 1951

Dr. H. W. J. Kroes

Link

linker; links; loens, vals; die linke Hand, de linker hand; die linke Seite, (ook) de verkeerde kant (v. e. stof).

1950
2022-09-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Link

I. v. (-en), (gew.) 1. striem, streep in de huid tengevolge van wrijving of drukking; 2. rimpel: linken op het voorhoofd; 3. vuile streep in een stof, vooral in wasgoed. II. bn., 1. (gew.) linker: mijn linke hand; 2. (Barg., volkst.) slim, leep; — ook: vals, gevaarlijk, lelijk; linke waar, gestolen goed; linke jongen...

Lees verder
1949
2022-09-29
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

link

loos; slim; niet pluis; gevaarlijk; lelijk; slecht; niet te vertrouwen. Steun niet meer op die val, het is er veel te link geworden, ga niet meer in dat huis, 't is er veel te gevaarlijk geworden. Zie: verlinken. Link tegen link, list tegen list. Een linke slag, een slinkse streek. Een linke broger, een lelijke vent. Zakkenrollen is een link...

Lees verder
1948
2022-09-29
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

link

loos, slim; niet pluis, gevaarlijk; niet te vertrouwen; slinks; lelijk.

1937
2022-09-29
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

link

I. v. linken (litteken, striem, indruksel, rimpel, blauwe plek van keten, riem enz.). II. bn., bw. (slim, gewiekst); volkst.

Lees verder