Wat is de betekenis van Link?

2026-01-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Link

I. v. (-en), (gew.) 1. striem, streep in de huid tengevolge van wrijving of drukking; 2. rimpel: linken op het voorhoofd; 3. vuile streep in een stof, vooral in wasgoed. II. bn., 1. (gew.) linker: mijn linke hand; 2. (Barg., volkst.) slim, leep; — ook: vals, gevaarlijk, lelijk; linke waar, gestolen goed; linke jongen...

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-21
Op-en-top Nederlands

Frens Bakker, Els Ruijsendaal, Paul Uljé, Dick van Zijderveld (2022)

link

(zelfstandig naamwoord) [ict] koppeling, doorklikpunt, verwijzer, webschakel, schakel - Waar staat het op internet? Kun je mij de koppeling sturen? [alg.] schakel, verband - Volgens inentingsweigeraars bestaat er een verband tussen vaccins en autisme.