Synoniemen van Lik

2020-04-07

Lik

Lik is in 1899 in Den Haag gehoord en later ook in Amsterdam. Deze borrel naam zal zijn ontstaan uit lik in de betekenis 'kleine hoeveelheid die men met één beweging van de tong tot zich neemt'. Daarnaast kan het Bargoense likken 'sterke drank drinken' een rol hebben gespeeld. Men zei ook wel aan de fles likken voor 'drinken'. Sinds het midden van de 19de eeuw wordt lik tevens gebruikt voor 'gevangenis'. Vandaar de wandtekst in een café: 'Het is beter te zitten likken dan in de lik te zitten.'

2020-04-07

lik

lik - Zelfstandignaamwoord 1. aanraking met de tong 2. klein beetje substantie Doe er nog maar een likje extra bij 3. (informeel) gevangenis lik - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van likken ♢ Ik lik 2. gebiedende wijs van likken lik! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van likken ...

2020-04-07

lik

lik - zelfstandig naamwoord 1. gebouw waarin misdadigers worden opgesloten ♢ [plat] die overvaller zit in de lik 2. aanraking met de tong ♢ de hond gaf Gonnie een lik over haar gezicht 3. een kleine hoeveelheid ♢ ik deed een likje mosterd op het knakworstje Zelfstandig naamwoord...

2020-04-07

Lik

Zie Ange Vgl. Angelique.

2020-04-07

Lik

gevangenis. Een linke lik, een strenge gevangenis, waar 't niet deugt. Een immese lik, een goede [gevangenis].

2020-04-07

lik

lik - (argot), gevangenis; „likkar” : celwagen.

2020-04-07

lik

gevangenis.

2020-04-07

Lik

Het begrip lik heeft 2 verschillende betekenissen: 1. lik - Lik m. (-ken) eene aanraking met de tong, zoen; — (fig.) een lik om de ooren, een oorvijg; — eene kleine hoeveelheid, zooveel als men met de tong kan opnemen; een likje zout. LIKJE, o. (-s). 2. lik - Lik o. (diev.) gevangenis.