Wat is de betekenis van lijn?

2020
2022-07-04
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Lijn

Zie Gislenus

2020
2022-07-04
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

lijn

(2004) (politie) leidinggevende functie. • Na vier jaar van vooral adviserend werk besloot Dooper de overstap te maken naar wat in politiejargon 'de lijn' heet. Naar een leidinggevende functie. (de Gelderlander, 27/11/2004)

Lees verder
2018
2022-07-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

lijn

lijn - zelfstandig naamwoord 1. vorm van het lichaam ♢ nee, geen gebak, ik moet om mijn lijn denken 1. zij doet aan de slanke lijn [probeert slanker te worden] 2. verbinding...

Lees verder
2017
2022-07-04
Havenarbeiders

Jargon & Slang van Havenarbeiders

Lijn

Lijn - benaming voor de Holland-Amerikalijn. Vanwege de groen-wit­groene band om de gele pijpen en het slechte eten deed het volgende rijmpje de ronde in de Rotterdamse haven: Groen-wit-groen, weinig vreten, veel te doen.

2009
2022-07-04
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

lijn

(de; -en) 1 SP - finish (1), finishlijn, syn. eindstreep, aankomstlijn, finishlijn, (ligne d’) arrivée, meet. 2 - streep die (een deel van) een wedstrijdvlak of wielerbaan afbakent: afwijken van de rechte of eigen lijn, niet recht naar voren over de weg sprinten, maar risicovol naar rechts en/of naar links zwalken (terwijl de laatste 200 m voor de...

Lees verder
2009
2022-07-04
Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

lijn

→ speellijn, doellijn

2008
2022-07-04
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

lijn

(de; -en) 1 SP - streep die (een deel van) een sportveld begrenst of een wedstrijdvlak afbakent, bv. een laan in een rondbaan, de werp-sector bij de werp-disciplines of de wedstrijdvloer bij een turnoefening. 2 LO - (eind)streep; de finish wordt aangegeven door een 0,05 m brede lijn, syn. finishlijn.

Lees verder
2006
2022-07-04
Schaakwoorden

Schaakwoorden - het jargon verduidelijkt

Lijn

De lijn is de reeks van acht velden, die verticaal aan elkaar grenzen. Met betrekking tot de velden al tot en met a8 spreekt men van de a-lijn en naar analogie daarvan van de b-lijn, de c-lijn en zo voort.

Lees verder
2002
2022-07-04
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

lijn

Een lijn is : 1) een lang, smal spoor van een puntig voorwerp, bijv. tekengereedschap zoals een potlood, pen, of schildergereedschap zoals een penseel; 2) een driedimensionale vorm (1) die lang en smal is; 3) een optische lijn.

1998
2022-07-04
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Lijn

1. lijn 10 nemen schertsende (slang)uitdr. voor ‘masturberen’. De 10 wijst op de tien vingers of de twee handen die men gebruikt. De uitdr. is vooral populair onder jongeren. Syn. met de handkar (over de zolder) rijden/gaan-, aan voorhuid- jogging doen. Over het algemeen wordt er rechtshandig gerukt, maar het kan ook anders. Jeroen (17) uit Amsterd...

Lees verder
1998
2022-07-04
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

lijn

1. De windrichting van een paar op een spel of een serie van spellen (noord-zuid of oost-west). 2. De deelnemende paren in een parenwedstrijd die op een serie van spellen in dezelfde windrichting zitten (noord-zuid-lijn of oost-west-lijn). 3. Groep van paren in een parenwedstrijd (meestal aangeduid met een letter). 4. De paren die men in een parenw...

Lees verder
1997
2022-07-04
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

lijn

Voor de verwensingen met je kop onder lijn elf! en met je kop onder lijn tien, heb ik je nooit meer gezien! zie men helft zie elf.

1994
2022-07-04
Lexicon Nederland en België

Lexicon van de geschiedenis van Nederland & België

Lijn

Lijn, Cornelis van der, Nederlands koloniaal bewindsman, *1608 Alkmaar, +1679 Alkmaar. In 1627 trad hij in Indische dienst. Van 1645-1650 was Van der Lijn → gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Tijdens zijn bestuur werd het → Regeringsreglement uitgevaardigd (1650). Met Solor, Bantam en Mataram werd de vrede getekend. Met de vorst van laatstge...

Lees verder
1991
2022-07-04
Management begrippenlijst

Management begrippenlijst

Lijn

Met de lijn in een organisatie bedoelt men de hiërarchieke weg, de verbinding tussen de posities in een organisatieschema. In een lijnorganisatie: de verbinding tussen de hiërarchieke posities. Zie ook Lijnorganisatie en Lijn-staforganisatie.

Lees verder
1990
2022-07-04
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

lijn

lijn - De wiskundige term voor het spoor van een bewegend punt; meer algemeen is het een smal, uitgerekt, getekend of geprojecteerd spoor.

1977
2022-07-04
ballet

ABC van het Ballet encyclopedie

Lijn

Van een danser zegt men dat hij mooie lijnen heeft als zijn houdingen perfect zijn, als de armen en het hoofd in harmonie met het lichaam zijn, als de benen op de juiste hoogte kunnen gehouden worden, als de voet een uitgesproken cou de pied vertoont. Lijn is gedeeltelijk te verwerven door oefening, maar vergt ook een natuurlijke gave. De lijn kan...

Lees verder
1973
2022-07-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

lijn

v./m. (-en), 1. in het algemeen een (niet zeer dik) touw dat uitgespannen of waaraan iets bevestigd is; m.n. touw waarmee een schuit wordt voortgetrokken; thans alleen in fig. zegsw.: zachtjes aan, dan breekt het lijntje niet, langzaam gaat zeker; touw waaraan een walvisharpoen bevestigd is; touw waaraan paarden enz. op de markt worden vastgezet: e...

Lees verder
1971
2022-07-04
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Lijn

Lijn - touwwerk met een omtrek kleiner dan 4 cm. Is de omtrek groter, dan spreekt men van een tros. In de watersport wordt vrij algemeen de diameter van het touwwerk opgegeven, i.p.v. de omtrek. Een lijn heeft dan een dikte van max. 12 mm; daarboven heet het tros.

Lees verder
1954
2022-07-04
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Lijn

1. (Erfelijkheidsleer) Termen als stam, familie en lijn worden gebruikt voor bepaalde, m.o.m. nauw verwante en ingeteelde groepen van individuen binnen een soort of ras, doch niet steeds in dezelfde, scherp omschreven betekenis en ook verschillend in de veefokkerij en de plantenveredeling. In de plantenveredeling gebruikt men de term stam voor een...

Lees verder
1952
2022-07-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Lijn

s., line, lyn; (streep), streek; iem. aan het -tje houden, immen op 'e tocht, tok hâlde; detrekken, it luije lyntsje lûke, de houtene hammer slypje; ééntrekken, ien sile lûke.