Wat is de betekenis van Liegen?

2025-12-15
Jannes H Mulder

Schrijver op Ensie

Liegen

Liegen is met opzet de ander niet de waarheid vertellen, een foutieve indruk geven, voor de gek houden, op het verkeerde been zetten en meer. Kinderen liegen niet echt, zij jokken meer. Een kind kan zielig doen, theatraal de aandacht trekken, zich aanstellen, overdrijven, enzovoort. Uit verlegenheid in woord en gebaar leugentjes verkopen, waarbij d...

2025-12-15
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

liegen

liegen - onregelmatig werkwoord uitspraak: lie-gen 1. niet de waarheid zeggen ♢ het is niet waar, je liegt 1. hij liegt alsof het gedrukt staat [liegt heel erg] 2....

2025-12-15
MOM's lexicon van de opvoedmisstanden

Marga Schiet (2003)

Liegen

Ook kleine kinderen kunnen al liegen. Een kind kan pas liegen op het moment dat hij fantasie en werkelijkheid kan scheiden. Vanaf hun zesde jaar zijn de meeste kinderen zover dat het magisch denken overgaat in meer realistisch denken. Bovendien is het geweten op die leeftijd al voor een deel ontwikkeld. Kinderen kunnen dan weten dat het niet aardig...

2025-12-15
Lexicon van het bijgeloof

Walter Gerlach (2000)

Liegen

→Pompoen.

2025-12-15
Politiek woordenboek

Marco Bunge (1985)

Liegen

Op gespannen voet met de waarheid staan. Het woord ‘liegen’ mag in de zaal van de Tweede Kamer niet worden gebruikt. De officiële uitdrukking om aan te geven dat een bewindspersoon liegt, is ‘dat hij/zij een mededeling heeft gedaan die op gespannen voet staat met de waarheid’.

2025-12-15
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

liegen

In de spreekt, vrij regelmatig in onpers. gebruik in de verb. het zal wel aan mij liegen, het zal wel aan mij liggen, te wijten zijn, het zal wel mijn schuld zijn enz. En maar over solidariteit roepen en schreeuwen. Wat waren de woorden toch goedkoop! En ’t loog natuurlijk altijd aan de kapitalisten, de kanonnenfabrikanten, de bourgeoi...

2025-12-15
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Liegen

v., lige, liigde (leach), liigd (leagen); leagenje.

2025-12-15
Duits woordenboek (DU-NL)

Dr. H. W. J. Kroes (1951)

Liegen

(lag; gelegen),liggen, gelegen zijn; es liegt am Tag, het (erts enz.) ligt aan de oppervlakte (mijnb.); het is zeer duidelijk; es liegt nahe, ’t ligt voor de hand; da liegt der Hund begraben, daar zit de knoop; einem in den Ohren liegen, iem. aan het hoofd zeuren; es liegt mir nicht, het is niets voor mij; die Rolle liegt ihm nicht, die rol p...

2025-12-15
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

liegen

loog, h. gelogen (1 met opzet onwaarheid spreken; 2 iets valselijk beweren; 3 zich anders voordoen, dan men is): 1. zegsw. hij liegt, dat hij zwart ziet, hij is iem., die brutaal liegt; in commissie liegen; 2. dat lieg je; hij loog er nog vijftig gulden bij; 3. edele afkomst liegt niet, verloochent zich niet.

2025-12-15
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

liegen

(loog, logen; heeft gelogen) 1. onwaarheid spreken: grof -; zonder -; in kommissie -; hij zal er toch niet om -; hij liegt, dat hij het zelf gelooft; als een almanak, bok, ketter, paard, paardendief, schelm, scheper, tandentrekker; - en bedriegen; hij liegt dat hij zwart wordt, ziet, hij houdt met kracht zijn leugens vol; - of het gedrukt is, bruta...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-15
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

liegen

(loog, heeft gelogen). 1. (onoverg.) onwaarheid spreken: hij liegt uit gewoonte; hij liegt of het gedrukt staat; hij liegt dat hij scheel ziet, of zwart wordt; hij liegt dat hij het zelf gelooft; (gew.) je liegt erom, je liegt het, dat lieg je; (overg.) hij liegt het, hij laat het tegen beter weten als waarheid doorgaan; van horen zeggen liegt men...