Wat is de betekenis van Liefelijk?

2019
2021-12-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

liefelijk

liefelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. schilderachtig, lieflijk, lief Op vakantie kwamen we met de fiets in de liefelijkste dorpjes. De paardenfluisteraar had een liefelijke benadering van de paarden. Woordherkomst afgeleid van lief met h...

Lees verder
1952
2021-12-05
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Liefelijk

adj., leaflik.

1937
2021-12-05
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

liefelijk

I. bn. (1 vriendelijk, aanminnig enz., inz. ir.; 2 een vriendelijke, zachte, bekoorlijke indruk makend): 1. mijn liefelijke neef Nurks; 2. het liefelijk gezang van de nachtegaal; een liefelijke geur. II. bw. (op een wijze, die een vriendelijke, zachte, bekoorlijke indruk maakt): zijn oog werd liefelijk gestreeld door de zachte tinten.

Lees verder
1898
2021-12-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Liefelijk

LIEFELIJK, LIEFLIJK, bn. bw. (-er, -st), aangenaam, bevallig, behaaglijk, bekoorlijk: hoe goed en liefelijk is het. ‘t Is broeders samenwonen; met lieflijke stem; eene lieflijke landstreek. LIEF(E)LIJKHEID, v. (...heden), aangenaamheid, bevalligheid.

Lees verder
1898
2021-12-05
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Liefelijk

zie Aanminnig, zie Aangenaam.