Wat is de betekenis van Liefelijk?

2024-05-30
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-30
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

liefelijk

liefelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. schilderachtig, lieflijk, lief Op vakantie kwamen we met de fiets in de liefelijkste dorpjes. De paardenfluisteraar had een liefelijke benadering van de paarden. Woordherkomst afgeleid van lief met h...

2024-05-30
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Liefelijk

adj., leaflik.

2024-05-30
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-05-30
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

liefelijk

I. bn. (1 vriendelijk, aanminnig enz., inz. ir.; 2 een vriendelijke, zachte, bekoorlijke indruk makend): 1. mijn liefelijke neef Nurks; 2. het liefelijk gezang van de nachtegaal; een liefelijke geur. II. bw. (op een wijze, die een vriendelijke, zachte, bekoorlijke indruk maakt): zijn oog werd liefelijk gestreeld door de zachte tinten.

2024-05-30
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

liefelijk

bn. en bw. (-er, -st) 1. W. g. door zijn uiterlijk, liefde wekkend, sympatiek;een gelaat; Iron. onze -e buurman; praten. Syn. ➝ aanminnig. 2. een bekoorlijke indruk makend: een gezang; een -e streek, geur; Iron. een -e karakterizering van hem! strelen. Syn. ➝ aangenaam.

2024-05-30
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Liefelijk

LIEFELIJK, LIEFLIJK, bn. bw. (-er, -st), aangenaam, bevallig, behaaglijk, bekoorlijk: hoe goed en liefelijk is het. ‘t Is broeders samenwonen; met lieflijke stem; eene lieflijke landstreek. LIEF(E)LIJKHEID, v. (...heden), aangenaamheid, bevalligheid.

2024-05-30
Handwoordenboek van Nederlandsche synoniemen

J.V. Hendriks (1898)

Liefelijk

zie Aanminnig, zie Aangenaam.

Wil je toegang tot alle 10 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-05-30
Prisma Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)