Wat is de betekenis van Lichtzinnig?

2019
2023-02-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

lichtzinnig

lichtzinnig - Bijvoeglijk naamwoord 1. zonder na denken De jongen had een lichtzinnige levenshouding en maakte zijn huiswerk nooit. 2. zedeloos Het lichtzinnig meisje had maar weinig kleren aan. Woordherkomst Samenstellende afleiding va...

Lees verder
2018
2023-02-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

lichtzinnig

lichtzinnig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: licht-zin-nig 1. zonder goed na te denken ♢ Britt gaat nogal lichtzinnig met geld om 1. een lichtzinnig mens [iemand die niet goed nadenkt]...

Lees verder
1973
2023-02-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

lichtzinnig

bn. en bw. (-er, -st), licht van zin, geen ernst of zorg kennend of tonend, ondoordacht, zonder ernst en nadenken ten opzichte van de gevolgen van zijn daden; soms: losbandig.

1952
2023-02-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Lichtzinnig

adj. & adv., los(sinnich) licht, oerdwealsk, wif.

1937
2023-02-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

lichtzinnig

1. bn. (zonder ernst of nadenken; onberaden; niet denkend aan de gevolgen; minder sterk dan: onbesuisd, roekeloos); een lichtzinnig mens, een lichtzinnige daad; 2. bw. (zonder overleg; zonder ernst of zorg); lichtzinnig met geld omgaan; zich lichtzinnig gedragen.

Lees verder
1930
2023-02-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

lichtzinnig

(‘licht'sinnәch) bn. en bw. (-er, -st) 1. niet nadenkend over de gevolgen van zijn daden : -e jongelui. Syn. roekeloos. 2. blijk gevend van het ontbreken van ernst of zorg : een -e daad; -e vrolijkheid; zich gedragen. Syn. → lichtvaardig. 3. licht van zin betreffende de welvoeglijkheid, zedelijkheid : van aard; een -e eeuw; spreke...

Lees verder
1898
2023-02-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Lichtzinnig

LICHTZINNIG, bn. bw. (-er -st), onbesuisd, ondoordacht, zonder ernst en nadenken ten opzichte van de gevolgen zijner daden. LICHTZINNIGHEID, v. onbedachtzaamheid haar lichtzinnigheid zal dit meisje nog eens ten val brengen; — (mv. ...heden), lichtzinnige daden. LICHTZINNIGLIJK, bw.

Lees verder
1898
2023-02-07
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Lichtzinnig

zie Lichtvaardig.