Wat is de betekenis van levenloos?

2019
2022-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

levenloos

levenloos - Bijvoeglijk naamwoord 1. zonder leven Na het lopen van de 4 daagse kwam hij levenloos over de eindstreep. Woordherkomst afgeleid van leven met het achtervoegsel -loos Synoniemen levensloos, dood, futloos, gevoelloos, moe

Lees verder
2018
2022-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

levenloos

levenloos - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: le-ven-loos 1. niet meer levend ♢ het kindje kwam levenloos ter wereld 2. niet (meer) beweeglijk, druk of opgewekt ♢ hij zat als een levenloze figuur...

Lees verder
1974
2022-05-16
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

levenloos

niet tot het levende behorend, zonder leven.

1973
2022-05-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

levenloos

bn., 1. zonder leven, hetzij dit nooit aanwezig is geweest of verloren is gegaan: levenloos geboren; de drenkeling werd opgehaald, de levenloze dingen; de levenloze natuur, de delfstoffen; 2. levendigheid, bewogenheid missende, saai, futloos: de bomen staan oud en -; hij staarde met levenloze ogen.

Lees verder
1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

levenloos

bn. (niet levende, zonder leven): de levenloze dingen; de drenkeling werd levenloos opgehaald; fig. levenloze ogen, mat, dof.

1898
2022-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Levenloos

LEVENLOOS, bn. zonder leven: levenloos geboren; de drenkeling werd levenloos opgehaald, het leven was reeds geweken; — de levenlooze dingen, voorwerpen; — de levenlooze natuur, de delfstoffen. LEVENLOOSHEID, v.

Lees verder
1898
2022-05-16
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Levenloos

zie Dood.