Leven
(leefde, heeft geleefd), 1. (van organische wezens) zich in de toestand bevinden waarin de verschillende functies en eigenschappen die te zamen het ,,leven” vormen aanwezig zijn, niet dood, in leven zijn: uw goede vriend leeft niet meer; sommige planten leven niet langer dan 14 dagen; — zo waar {als) ik leef! bevest...