Wat is de betekenis van leuterkoek?

2020
2021-06-23
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

leuterkoek

(1905) (inf.) onzin, nonsens, kletspraatjes. Syn.: kletskoek*; lulkoek*. • En leuterkoek als „'n mens moet zich schikken", wou hij z'n makker niet voorzetten. (Groot Nederland, Volume 2. 1905) • 'Om te beginnen,' zei Pa Pinkelman, 'zou ik in de haven van Tokio geen leuterkoek staan verkopen.' (Godfried Bomans: De avonturen van tant...

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten