Wat is de betekenis van Leuk?

2020
2022-06-25
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Leuk

Zie Leeuwe

2019
2022-06-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

leuk

leuk - Bijvoeglijk naamwoord 1. prettig, grappig, aangenaam Dat feest gisteren was best leuk. Woordherkomst Betekenisverschuiving van leuk (lauw). Zie ook lukewarm in het Engels.

Lees verder
2018
2022-06-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

leuk

leuk - bijvoeglijk naamwoord 1. prettig om te zien of te horen ♢ wat een leuke jurk heb je aan 2. waar je om kunt lachen ♢ ik vind dit een leuke grap 3. waarvan je in een goed...

Lees verder
1998
2022-06-25
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Leuk

1. -e dingen voorde mensen, gevleugelde uitdr., afkomstig uit de cabaretshow ‘Noord West’ (1973) van Paul van Vliet. De cabaretier gebruikte dit gezegde in een parodie op de agrariër van die dagen, waarbij dan de geneugten van het platteland uit de doeken werden gedaan. Elke amusante situatie werd daarbij aangegrepen om vast te stellen dat dat leuk...

Lees verder
1980
2022-06-25
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Leuk

De oorspronkelijke betekenis van leuk is: halfwarm, lauw. Het Engels kent: lukewarm, waarin het woord leuk duidelijk te herkennen is. Men sprak vroeger van ‘leuk water met zout’ als geneesmiddel. Op personen toegepast kreeg het de betekenis: de zaken kalm beschouwend, rustig-ironisch. Die zin heeft het woord nog in de zegswijze: zich le...

Lees verder
1973
2022-06-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

leuk

bn. en bw. (-er, -st), 1. (fig.) kalm, onverschillig: hij zei maar leuk, dat hij nergens van af wist; 2. aardig, vrolijk, grappig: hij kan zo leuk iets vertellen; een leuke opmerking; een leuk boek; een leuke avond.

Lees verder
1964
2022-06-25
voornamen

Voornamenboek

Leuk

v -> Leeuwe (Fri.).

1952
2022-06-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Leuk

adj., aerdich, nijsgjirrich; een -e verteller, in smoute prater leukweg, adv., smoutwei, kâldwei.

1950
2022-06-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Leuk

bn. bw. (-er, -st), 1. (gew.) lauw: leuk water, een lauw sopje (waswater); 2. (fig.) kalm, onverschillig: zich leuk houden, zich houden alsof men van niets weet, zich stil houden; hij zei maar leuk, dat hij nergens van af wist; 3. aardig, vrolijk, grappig: hij kan zo leuk iets vertellen; een leuke opmerking; &md...

Lees verder
1949
2022-06-25
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

Leuk

zich leuk houden, onverschillig tonen; zich stil houden; zich van iets onkundig houden.

1937
2022-06-25
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

leuk

bn., bw. (1 gew. of vero. lauw; 2 de zaken doodkalm opnemend, met de bijgedachte aan een zekere spot; 3 aardig, drooggrappig; prettig): 1. de huid wrijven met leuk water en zout; 2. zich leuk houden, alsof men van niets weet; een leuk gezicht zetten, leuk kijken, quasi-onnozel; 3. een leuk gezegde; wat doet hij dat leuk! dat vond hij niets leuk; di...

Lees verder
1933
2022-06-25
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Leuk

Zwitsersche plaats in kanton Wallis, 2000 inw., warme zwavelbronnen.

1933
2022-06-25
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Leuk

(Fr.: Loèche), plaats in het Zwitsersche kanton Wallis, aan de Rhône; ca. 2000 inw. (1930), vnl. Kath. In de omgeving wijnbouw. Badplaats met gipshoudende warme bronnen voor huidziekten en rheumatiek (Leukerbad).

Lees verder
1919
2022-06-25
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Leuk

eig. half warm, waarschijnl. stamverwant met lauw; overdr. van personen, zich niet warm makend, of zich aldus aanstellend, dan droogkomiek, grappig, vroolijk; de laatste bet. ook voor zaken. Hij bleef onder alles even leuk; ’t is zoo’n leuke baas; een leuk boek, verhaal.

1916
2022-06-25
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Leuk

Leuk, - Fr. Loèche, stadje in het Zwitsersche kanton Wallis, aan de Rhône, 62 K.M. ten O. van Montreux ; 1600 inw. ; wijnbouw. 8 K.M. ten N. ligt L. bad of Loèche-les-Bains ; 700 inw. Het is reeds vanaf de Middeleeuwen bekend door zijn ± 20 gipshoudende warme bronnen, 39—61° C., druk gebruikt tegen huidziekten en rheumathiek.

1898
2022-06-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Leuk

LEUK, bn. bw. (-er, -st), lauw leuk water, een lauw sopje (waschwater); — (fig.) halm, onverschillig, flegmatiek zich leuk houden, geen partij kiezen, (gew. leuks, lukes) zich houden alsof men van niets weet, zich stil houden; — een leuke broeder, snijder, die zich leuk houdt, die soms aardig uit. den hoek kan komen; vandaar grappig, a...

Lees verder
1870
2022-06-25
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Leuk

Leuk, in het Fransch Louèche, de hoofdplaats van een evenzoo genoemd departement in het Zwitsersche canton Wallis, op den regter oever van de Rhône, 3 geogr. mijl boven Sitten (Sion), telt omstreeks 1200 inwoners en is vermaard wegens de minerale bronnen van het 2 uur gaans vandaar gelegen Leukerbad. Die bronnen, 20 in getal, ontspringen in het woe...

Lees verder
1869
2022-06-25
Geographisch

Geographisch-woordenboek

Leuk

of Lösch, fransch Louèche, marktvlek in Zwitserland, kanton Walliserland, aan de Rhône, 6 uren gaans benoordoosten Sion ; 1650 inw.; vermaard door de 2 uren gaans van daar gelegene 22 minerale bronnen, waardoor L. eene drukbezochte badplaats is.