Wat is de betekenis van letsel?

2018
2021-06-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

letsel

letsel - zelfstandig naamwoord uitspraak: let-sel 1. beschadiging van het lichaam door een oorzaak van buiten ♢ hij heeft bij dat ongeluk wel letsel opgelopen Zelfstandig naamwoord: let-sel het letsel ...

Lees verder
1973
2021-06-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

letsel

o., kwetsuur: gelukkig is hij er zonder enig – af gekomen.

1952
2021-06-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Letsel

s.n., letsel (it).

1950
2021-06-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Letsel

o., 1. (veroud.) belet, verhindering, last; 2. kwetsuur: gelukkig is hij er zonder enig letsel afgekomen.

Lees verder
1898
2021-06-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Letsel

LETSEL, o. belet, verhindering, oponthoud; — nadeel, schade: gelukkig is hij er zonder eenig letsel afgekomen; hij heeft geen letsel er van ondervonden.

Lees verder
1898
2021-06-21
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Letsel

zie Hinder.