Wat is de betekenis van lessenaar?

2019
2022-07-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

lessenaar

lessenaar - Zelfstandignaamwoord 1. een standaard om bladmuziek op te plaatsen Hij had een stevige lessenaar die wel tegen de wind bestand was. Woordherkomst afgeleid van les met het achtervoegsel -enaar Verwante begrippen lezenaar

Lees verder
2018
2022-07-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

lessenaar

lessenaar - zelfstandig naamwoord uitspraak: les-se-naar 1. tafeltje met schuin blad om aan te lezen of te schrijven ♢ de monnik zat aan een lessenaar te schrijven Zelfstandig naamwoord: les-se-naar de lessenaar...

Lees verder
1973
2022-07-02
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

lessenaar

m. (-s), 1. schuin blad op voetstuk of als bovendeel van een kast- of tafelvormig meubel, bij het schrijven en lezen als steunvlak gebruikt: de lessenaars van schoolbanken; muzieklessenaar, meubel waarop het muziekblad ligt; 2. (tuinbouw) lage broeibak tegen een muur of schutting.

Lees verder
1954
2022-07-02
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Lessenaar

Schuin tegen een muur geplaatste glaswand met soms ongeveer halverwege een knik. De l. dient ter bescherming van de tegen deze muur geplaatste leibomen en druiven. Het is een der oudste vormen van een muurkas. De l. werd vroeger vooral in het westland gebruikt voor de druiventeelt. Hij voldeed echter niet, aangezien slechts éénzijdige...

Lees verder
1952
2022-07-02
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Lessenaar

s., lessener, buordtsje (it); v. d. voorlezer (in de kerk), foarlêzersbuordtsje (it).

1950
2022-07-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Lessenaar

m. (-s), 1. schuin blad op voetstuk of als bovendeel van een kast- of tafelvormig meubel waarvan men zich bij het schrijven en lezen bedient: aan de lessenaar staan, klerk zijn; aan de lessenaar zitten, ambtenaar zijn; — meubel waarop bij het zingen of bij het maken van muziek het muziekblad ligt; — (R.-K.) schuin blad w...

Lees verder
1937
2022-07-02
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

lessenaar

m. lessenaars (schrijf- en leestoestel met schuin blad, waaronder zich veelal een bergplaats voor papieren enz. bevindt; in een kantoor: de tafel [met hoge poten], waaraan de klerk of de chef schrijft): een muzieklessenaar, toestel, waarop het muziekblad ligt.

1933
2022-07-02
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Lessenaar

Schrijf- en leestoestel. De oudste l. waren vaste meubelen, leesgestoelten; ook in liturgisch gebruik. In de M.E. verscheen de losse. De kleine voor het missaal verschijnt eerst ca. 1300; hij verving sindsdien het tot dusver gebruikte kussen van liturgisch gekleurde zijde, alhoewel de rubrieken van het missaal ook heden nog niet van den l. gewagen....

Lees verder
1898
2022-07-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Lessenaar

LESSENAAR, m. (-s), schuin blad (van hout), waarvan men zich bij het schrijven bedient, schrijflessenaar; — kast met verscheidene kleine vakken en laden tot berging van papieren enz.; aan den lessenaar staan, klerk zijn; aan den lessenaar zitten, ambtenaar zijn; — gereedschap, waarop bij het zingen of bij het maken van muziek het muzie...

Lees verder