Wat is de betekenis van Leeftijd?

2020
2022-07-04
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

leeftijd

Het begrip leeftijd heeft 5 verschillende betekenissen: 1) totale levensduur. hoeveelheid tijd gedurende welke een mens, dier of levend organisme pleegt te leven; de gebruikelijke of verwachte levensduur van een levend wezen of organisme; totale levensduur. 2) levensduur op zeker tijdstip. hoeveelheid tijd die op zeker moment is vers...

Lees verder
2019
2022-07-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

leeftijd

leeftijd - Zelfstandignaamwoord 1. de tijd dat iemand leeft of geleefd heeft, het totaal aantal levensjaren Wat is uw leeftijd? Ik ben vijftig jaar oud. 2. een bepaald tijdstip in iemands leven Die man daar is van middelbare leeftijd. Woord...

Lees verder
2018
2022-07-04
Centraal Bureau voor de Statistiek

Begrippenlijsten van het CBS

Leeftijd

Het aantal gehele jaren dat is verstreken sinds de geboortedatum van de persoon. Toelichting Er worden twee standaardomschrijvingen onderscheiden, nl. de leeftijd op 31 december en de exacte leeftijd.

2018
2022-07-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

leeftijd

leeftijd - zelfstandig naamwoord uitspraak: leef-tijd 1. de tijd die je geleefd hebt ♢ mijn leeftijd is 32 jaar 1. hij is al op leeftijd [tamelijk oud] 2. de midde...

Lees verder
2000
2022-07-04
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Leeftijd

De leeftijd der sterken, der zeer sterken, leeftijd van 70 jaar, resp. 80 jaar oud. Waarschijnlijk afgeleid van de tekst in Psalmen 90:10, ‘Zeventig jaar duren onze dagen, / of tachtig als wij sterk zijn. / Het beste daarvan is moeite en leed, / het gaat snel voorbij en wij vliegen heen’ (NBV). De Statenvertaling (1637) verklaart de huidige beteken...

Lees verder
1990
2022-07-04
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

leeftijd

leeftijd - Bestaansduur van een object of wezen in de huidige toestand.

1973
2022-07-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

leeftijd

m. (-en), 1. levensduur, tijd dat iemand leeft: de gemiddelde leeftijd van de mens; 2. de periode die verlopen is sinds de geboorte: een vrouw van middelbare leeftijd; op hoge leeftijd, zeer oud zijnde; (pregn.) hoge leeftijd: en dat op zijn leeftijd!; 3. bepaalde periode van iemands leven: een gevaarlijke met het oog op een of andere ziekte; kri...

Lees verder
1954
2022-07-04
Medisch Encyclopedie 1954

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Leeftijd

een belangrijke factor welke de arts in aanmerking moet nemen bij zijn onderzoek en bij de behandeling van zieken. zie ook levensduur, ouderdom,geriatrie.

1952
2022-07-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Leeftijd

s., âldens, âlderdom; van zijn — fan syn jierren.

1950
2022-07-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Leeftijd

m. (-en), 1. tijd dat iem. leeft: de gemiddelde leeftijd van de mens; 2. dat gedeelte van iemands leven dat achter de rug ligt: een vrouw van middelbare leeftijd; — op de eenentwintigjarige leeftijd wordt men meerderjarig; 3. bepaalde periode van iemands leven : een gevaarlijke leeftijd, met het oog op een bepaal...

Lees verder
1937
2022-07-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

leeftijd

m. leeftijden (levensjaren; ouderdom): en dat op zijn leeftijd al, nog! van dezelfde leeftijd zijn.

1933
2022-07-04
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Leeftijd

Als huwelijksbeletsel, →Huwbare leeftijd.

1898
2022-07-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Leeftijd

Leeftijd m. (-en), tijd dat iem. leeft: een hoogen leeftijd bereiken, oud worden; ouderdom: een knaapje van denzelfden leeftijd; op den eenentwintigjarigen leeftijd wordt men meerderjarig; — een gevaarlijke leeftijd, met het oog op eene bepaalde ziekte; — critische leeftijd, begin van overgang van knaap tot jongeling of van meisje tot...

Lees verder