Synoniemen van Lazarus

2019-11-16

Lazarus

Lazarus (1), Lazarus van Betanië, die door Jezus uit de dood werd opgewekt; (fig.) persoon of instelling die hersteld is van een slechte situatie. Lazarus zijn, dronken zijn. Twee mannen met de naam Lazarus spelen een rol. De ene is de bekende Lazarus van Betanië, die door Jezus uit de dood werd opgewekt. Zijn verhaal wordt verteld in Johannes 11. Zijn naam wordt wel gebruikt ter aanduiding van personen of ook instellingen die een slechte periode hebben doorgemaakt maar nu weer actief zijn. M...

2019-11-16

lazarus

lazarus - Bijvoeglijk naamwoord 1. zo dronken dat iemand bijna dood lijkt Autoriteiten op Mallorca en Ibiza willen dat in vliegtuigen naar Spanje geen druppel meer wordt gedronken. Dit moet voorkomen dat vakantiegangers lazarus op hun bestemming arriveren. Sinds de Indiase deelstaat Bihar vorig jaar een alcoholverbod heeft ingevoerd, is het grootste deel van de in beslag genomen alcoholische dranken in r...

2019-11-16

lazarus

lazarus - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: la-za-rus 1. onder invloed van alcohol zodat je niet meer helder kunt denken ♢ zijn vader is regelmatig lazarus Bijvoeglijk naamwoord: la-za-rus

2019-11-16

Lazarus

Van Hebreeuws El'azar 'God helpt'. Lazarus is de Latijnse (en Griekse) vorm. Hij komt voor als de naam van de bedelaar in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus (zie de Bijbel, in Lucas 16, 19-31) en van de broer van Maria en Martha, die door Christus uit de dood werd opgewekt (idem, in Johannes 11). Het is ook de naam van een 5e-eeuwse bisschop van Aix, waardoor later de legende ontstond dat de uit de dood opgewekte Lazarus bisschop van Marseille zou zijn geweest. 17 december is zijn...

2019-11-16

Lázarus

Lázarus, afkomstig van Eleazar, was, volgens het Evangelie van Johannes, de door Jezus uit de dooden opgewekte broeder van Martha en Maria van Bethanië. — In de gelijkenis van den Rijken man wordt die naam aan den Armen man gegeven. De R. Katholieke Kerk verhief laatstgenoemde tot beschermheilige der kranken, vooral dergenen, die aan uitslagziekten lijden, en naar hem zijn ook de hospitalen, welke vooral tijdens de Kruistogten ter genezing van zoodanige ongesteldheden in grooten getale werde...

2019-11-16

Lazarus

1. Lazarus bn. besmet met lazarij of melaatschheid. Zie het volgende LAZARUS; — (plat) hij is lazarus, stomdronken; — (plat) ben je lazarus ? ben je bedonderd, ben je gek ? wat denk je wel 2. Lazarus m. (-sen), inz. de naam van den in de H. S. (Lukas 16 vs. 20) genoemden melaatsche, die later tot beschermheilige of patroon der kranken, inz. der melaatschen, aangenomen werd; arm als Lazarus, van alles beroofd, doodarm, zoo arm als Job; melaatsche.

2019-11-16

Lazarus

Lazarus - (Aram. „dien God helpt” òf: „zonder hulp”), naam van 2 personen in de Evangeliën. 1) De broeder van Maria en Martha in het huisgezin te Bethanië, Lk. 10: 38 v„ hij werd door Jezus van den dood opgewekt, Joh. 11: 46, 12:1. 2) Een figuur uit de welbekende gelijkenis van den rijken man en den armen L„ Luk. 16: 20, 23—25. H. Oort, Theol. Tijdschrift 53 (1919), 1—5.

2019-11-16

lazarus

lazarus - bn. met melaatschheid behebt; arm als lazarus, van alles beroofd

2019-11-16

Lazarus

De Evangeliën verhalen, dat tijdens Christus’ omwandeling op aarde, in het gehucht Bethanië een gezin woonde, bestaande uit twee zusters en een broeder. De zusters heetten Martha en Maria, de broeder Lazarus. Wanneer de Heiland op Zijn tochten Bethanië bezocht, placht Hij gaarne in dit gezin te vertoeven. Op zekeren dag werd Lazarus zeer ziek en de zusters, bevreesd voor zijn leven, zonden een boodschap aan den Meester. Deze begaf zich op weg naar Bethanië, doch v&oacut...

2019-11-16

lazarus

lazarus - m., melaatsche; „lazarus-klap”, m. : ratel, waarmee de melaatschen in de middeleeuwen hun nadering aankondigden.

2019-11-16

lazarus

m. melaatse, besmet met l a z a r ij of lazaruszeer; dronken.