Wat is de betekenis van lamlendig?

2019
2022-07-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

lamlendig

lamlendig - Bijvoeglijk naamwoord 1. lui, passief, futloos en zonder inspiratie 2. beroerd, bedrukkend Het werd een lamlendige zondagnamiddag. Woordherkomst Samenstellende afleiding van lam en lende met het achtervoegsel -ig : niet in staat zijn lendenen te gebruiken, impotent

Lees verder
2018
2022-07-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

lamlendig

lamlendig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: lam-len-dig 1. lusteloos en futloos ♢ je wordt van die warmte erg lamlendig Bijvoeglijk naamwoord: lam-len-dig ... is lamlendiger dan ... het...

Lees verder
1980
2022-07-06
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Lamlendig

Van het woord lende bestaan twee meervoudsvormen: lenden en lendenen. Dit komt omdat men het woord dikwijls in het meervoud gebruikt, in lenden geen meervoud herkende en er een nieuw meervoud van vormde. De lenden worden gevormd door het onderste deel van de rug met de daaraan grenzende delen van de rechter- en de linkerzijde van het lichaam. Wie l...

Lees verder
1973
2022-07-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

lamlendig

bn. enbw. (-er, -st), 1. (eig., weinig gebruikt) zwak, slap in de lenden; 2. (fig.) futloos, lui: hij is te lamlendig om voor zijn brood te werken; 3. ellendig, beroerd: ‘t is vandaag lamlendig weer.

Lees verder
1950
2022-07-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Lamlendig

bn. bw. (-er, -st), 1. zwak, slap in de lenden; 2. (fig.) lui: hij is te lamlendig om voor zijn brood te werken; 3. ellendig, beroerd: t is vandaag lamlendig weer.

Lees verder
1937
2022-07-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

lamlendig

bn., bw. (eig. lamme lendenen hebbende; inz. fig. akelig, naar, beroerd; ook:traag): een lamlendige vent.

1898
2022-07-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Lamlendig

bn. bw. (-er, -st), zwak. slap in de lenden; — (fig ) lui; armzalig, ellendig, beroerd 't is vandaag lamlendig weer. LAMLENDIGHEID, v.

Lees verder