Wat is de betekenis van Lacune?

2020
2022-11-30
Onze Taal

Genootschap Onze Taal | Woordpost

lacune

betekenis iets wat ontbreekt uitspraak [la-ku-nuh] citaat "Ik heb nog even getwijfeld of ik deze column wel moest schrijven. Wat als een ander schathemeltjerijk wordt met 'mijn' idee? Maar het probleem van een gat in de markt is dat er vaak een goede reden bestaat voor die lacune." Bron: Deze column maakt je rijk (Irene van de...

Lees verder
2019
2022-11-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

lacune

lacune - Zelfstandignaamwoord 1. iets dat ontbreekt Er zit al jaren een lacune in de wetgeving.

Lees verder
2018
2022-11-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

lacune

lacune - zelfstandig naamwoord uitspraak: la-cu-ne 1. wat eraan ontbreekt ♢ er is een lacune van een maand in dit dagboek Zelfstandig naamwoord: la-cu-ne de lacune de lacunes ...

Lees verder
1994
2022-11-30
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Lacune

[Lat. lacuna = gat, kuil] gaping, leemte, het ontbreken van wat er behoorde te zijn, weglating.

1993
2022-11-30
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Lacune

leemte

1990
2022-11-30
BDI

BDI terminologie

lacune

het in de collectie ontbreken van documenten die op grond van de criteria voor collectievorming aanwezig zouden moeten zijn. - hiaat [m, n].

Lees verder
1974
2022-11-30
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

lacune

(L., lacuna = vijver, diepte). 1. In plantkunde holte in weefsel of orgaan, waarin water of geproduceerde gassen; vaak dienend als waterreservoir. 2. In dierkunde kleine holte, bv. die waarin een beencel ligt.

Lees verder
1973
2022-11-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

lacune

v./m. (-s), holte, gaping, leemte: hier is een — in de overlevering; een — aanvullen.

1955
2022-11-30
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Lacune

gaping, open vlak; weglating.

1952
2022-11-30
Frans woordenboek (FR-NL) 1950

Dr. F.P.H. Prick van Wely

Lacune

gaping, leemte, hiaat.

1950
2022-11-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Lacune

(<Fr.), v. (-s), holte, gaping, leemte: een lacune aanvullen.

1948
2022-11-30
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

lacune

v. open vak, gaping, leemte; ontbrekende plaats, uitlating.

1937
2022-11-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

lacune

v. lacunes (Fr. [Lat. lacuna v. lacus = meer]: open vak, gaping; fig. weglating); een lacune aanvullen, een leemte vullen.

1930
2022-11-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

lacune

(la'ku:nə) v. (-s) [Fr. < Lat. lacuna, gaping en dan Metf.] 1. schriftuitlating, -weglating: het verhaal loopt niet door, er is hier bepaald een -. 2. leemte: hij zal nog verscheiden -s moeten aanvullen, voordat hij eksamen kan doen.

Lees verder
1914
2022-11-30
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

lacune

lacune - v., gaping, open vlak; uitlating.

1906
2022-11-30
wink

Wink's vreemde woordenboek

Lacune

vr. Fr., leemte.

1898
2022-11-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Lacune

v. (-s), holte, gaping, leemte: eene lacune aanvullen.

1864
2022-11-30
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

lacune

lacune - v. (lacunen), holte, gaping; leemte; eene lacune aanvullen