Wat is de betekenis van la?

2019
2022-01-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

la

la - Zelfstandignaamwoord 1. (muziek) de zesde muzieknoot in de toonladder De melodie maakte een sprong van do naar la. la - Zelfstandignaamwoord 1. een platte uitschuifbare bak in een meubelstuk, bedoeld als bergplaats van losse voorwerpen Hij le...

Lees verder
2018
2022-01-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

la

la - zelfstandig naamwoord 1. bak in een bureau of kast die je open en dicht kunt schuiven ♢ mijn sokken liggen in een la 1. geld in het laatje brengen [verdiensten opleveren] Zelfstandig naamwoor...

Lees verder
2018
2022-01-17
Centraal Bureau voor de Statistiek

Begrippenlijsten van het CBS

LA

Zie Logistieke Alliantie.

1994
2022-01-17
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

La

(muz.) 6e toon in de grote-tertstoonladder (zie Aretijnse lettergrepen), in het Romaanse taalgebied naam voor de a.

1962
2022-01-17
Muziek Encyclopedie

Geschreven door S. van Ameringen (1962)

la

zesde toon van de gesolmiseerde toonladder (zie solmisatie).

1955
2022-01-17
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

La

lege artis: volgens voorschrift, naar de regelen der kunst.

1954
2022-01-17
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

La

afk. (op recepten) van lege artis, Lat. voor „volgens de regelen der (artsenijbereid)kunst”.

1954
2022-01-17
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

La

is het chemisch symbool voor lanthanium.

1949
2022-01-17
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

La

bij zangonderwijs gebruikelijke naam voor de 6e toon van elke toonladder of toonsoort; in de Romaanse landen gelijk aan onze a.

1937
2022-01-17
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

la

I. v. la’s (muz. benaming van de zesde toon van de klankladder, de a). II. v. laden, laatje (lade): zegsw. hij zit aan ‘t laatje, beschikt over de financiën (en kan z. bevoordelen).

Lees verder
1933
2022-01-17
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

La

1) scheik. symh. v. → lanthaan; 2) zesde noot i/d toonladder (a).

Lees verder
1933
2022-01-17
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

La

Toonnaam voor den 6en trap van de toonladder van Ut (Do). → Solmisatie. In België, Frankrijk, Italië enz. heeft la vaststaande beteekenis als A.

1932
2022-01-17
Muziek

Muziek lexicon

La

1) (It.): bepalend lidwoord, vrouwelijk: la prima volta — de eerste maal. 2) benaming voor den toon a bij de Romaansche volken (la ^ = ais, la [7= as).

Lees verder
1916
2022-01-17
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

La

La - off. afkorting van Iowa.

1898
2022-01-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

La

1. LA, tw. als uiting van vroolijkheid; — (ook) klank, dien men laat hooren, wanneer men een wijsje zingt zonder de woorden; — la la, zoo zoo, het houdt niet over, niet al te best: kent hij zijn ambacht ? nu, dat is maar la la; hoe gaat het ? och, zoo zoo, la la. 2. LA, v. muzieknoot, de zesde lettergreep in de solmisatie van Guido van...

Lees verder