Wat is de betekenis van Kwart?

2019
2021-01-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kwart

kwart - Hoofdtelwoord 1. een vierde deel (¼) kwart - Zelfstandignaamwoord 1. een vierde deel 2. (muziek) verkorting van het symbool "kwartnoot" (eenvierde van de tijd van een hele toon) 3. (muziek) de vierde trap van een diatonisch|diatonische toonladder 4. (muziek) een interval met een toonafstand zoals die van de eers...

Lees verder
2018
2021-01-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kwart

kwart - zelfstandig naamwoord 1. een vierde deel van iets ♢ hij at een kwart van de taart op 1. het is kwart over tien [een kwartier na tien uur] Zelfstandig naamwoord: kwart ...

Lees verder
2017
2021-01-20
Junkies en dealers

Jargon & Slang van Junkies en dealers

Kwart

Kwart - een kwart gram stuff. Vgl. ook geeltje.

1997
2021-01-20
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

kwart

In de 16de en 17de eeuw bestond de bastaardvloek heilige quarten. Ik zie in dat quarten een verbastering van quatertemper ‘de vier strenge vastentijden van het kerkelijk jaar in de r.-k. Kerk, n.1. de woensdag, vrijdag en zaterdag na de derde zondag van de advent, verder diezelfde dagen na de eerste zondag van de grote va...

Lees verder
1993
2021-01-20
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Kwart

vierde deel; vierde toon van de grondtoon (muz.); interval van vier trappen (muz.)

1973
2021-01-20
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

kwart

[→Fr.], I. o. (-en), 1. vierendeel, hoeveelheid die het vierde gedeelte is van een of ander geheel (ook daarmee aaneengeschreven): een kg; een gulden; drie van zijn vermogen; een slag; (rekenkunde) een vierde: een derde min een -; 2. voorwerp dat het vierde deel is van een geheel; 3. m.n. het vierde gedeelte van een uur, kwartier: het is &m...

Lees verder
1962
2021-01-20
Muziek Encyclopedie

Geschreven door S. van Ameringen (1962)

kwart

een toonafstand van vier diatonische tonen (waarbij de eerste toon is meegeteld), bijv. C-F.

1950
2021-01-20
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Kwart

(<Fr.), o. en (6.-7.) v. (-en), 1. vierendeel, hoeveelheid die het vierde gedeelte is van een of ander geheel (ook daarmee aaneengeschreven): een kwart mud, een kwart gulden; drie kwart van zijn vermogen; een kwart slag ; — (rek.) een vierde : een derde min een kwart; zeven en een kwart; — slechts een vier...

Lees verder
1949
2021-01-20
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Kwart

(muz.), vierde toon van de grondtoon af; speciaal: interval van vier tonen; kwartnoot; a-snaar op een viool.

1933
2021-01-20
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Kwart

(< Lat., = een vierde), in de muziek een toonsafstand van vier tonen, te weten 2 x 1/1 + ½ toon, bijv. c d e ✝ of es ✝ ges as (reine k.). Wordt de afstand een halven toon vergroot, dan spreekt men van overmatige k. (3 X 1/1 toon), bijv. 1/1 1/1 ½ x/i Vi Vi c d e fis; f-g-a-b. Wordt hij een halven toon verkleind, dan spreekt men va...

Lees verder
1914
2021-01-20
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

kwart

kwart - o., vierde deel; „kwartaal”, o., vierde deel van een jaar.

1900
2021-01-20
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

kwart

Een kwartslag van een trap, wending over 90°.

1898
2021-01-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kwart

KWART, o. (-en), vierendeel, vierde gedeelte (van een geheel): een kwart mud, een kwart gulden; — inz. het vierde gedeelte van een uur, kwartier het is kwart over elf; — (rek.) een vierde een derde min een kwart; — (zeew.) vierde gedeelte der soldij van een matroos (op een oorlogsschip); — (zeew.) wacht, verdeeling van he...

Lees verder