Wat is de betekenis van kuimen?

1950
2021-05-12
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Kuimen

(kuimde, heeft gekuimd), (gew.) 1. zwak zijn, zich zwak gevoelen; 2. klagen, zuchten, kermen ; 3. (Zuidn.) kuchen.

Lees verder
1898
2021-05-12
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kuimen

KUIMEN, (kuimde, heeft gekuimd), (gew.) zwak zijn, zich zwak gevoelen; klagen, zuchten, kermen.

Gerelateerde zoekopdrachten