Wat is de betekenis van kroon?

2020
2022-10-02
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

kroon

Het begrip kroon heeft 12 verschillende betekenissen: 1) hoofddeksel van vorsten. hoofddeksel van vorsten en andere voorname figuren dat als teken van waardigheid gedragen wordt, vooral bij plechtige gelegenheden. 2) iets wat op een kroon lijkt. iets wat op een kroon lijkt, vaak hoofdbedekking die op een kroon lijkt, vooral bij diere...

Lees verder
2019
2022-10-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kroon

kroon - Zelfstandignaamwoord 1. (adel) hoofddeksel dat door een vorst gedragen wordt 2. (overdrachtelijk) metafoor voor de “vorst” Daarvoor is toestemming van de kroon noodzakelijk. 3. belangrijk, het belangrijkste, vooral gebruikt in samenstellingen De kroo...

Lees verder
2018
2022-10-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kroon

kroon - zelfstandig naamwoord 1. hoofdversiering van keizers en koningen ♢ de koningin droeg een kroon 1. de kroon op het werk [de laatste en beste prestatie] 2. iemand naar de...

Lees verder
2017
2022-10-02
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Kroon

Deze naam geeft aan in welk huis men woonde: in de Kroon, in verouderde spelling bijvoorbeeld in die Crone. Het hoofdsieraad dat vorsten hun waardigheid verleent treft men her en der in middeleeuwse samenlevingen als huis- en herbergnaam aan. Indien de naam van Duitse oorsprong blijkt, mogelijk in de spelling Krone of Kron, kan men naast deze verkl...

Lees verder
2017
2022-10-02
Politici

Jargon & Slang van Politici

Kroon

Kroon - de kroon is ontbloot: gezegde waarmee men in Vlaanderen te kennen geeft dat een minister iets gezegd of gedaan heeft waardoor hij de geheimhoudingsplicht geschonden heeft met betrekking tot de gesprekken met het staatshoofd. Letterlijk overgenomen uit het Franse jargon découvrir la couronne. In Nederland zegt men dat de eenheid van de kroon...

Lees verder
2017
2022-10-02
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Kroon

Boveneinde van de koningsspil. Ook tapijzer.

2016
2022-10-02
Probos

Begrippenlijst Stichting Probos

Kroon

Een kroon is het deel van een boom dat (het belangrijkste volume van) takken - dood en levend -, blad en voorplantingsorganen van een boom draagt. Afzonderlijke takken en waterlot onderaan de stam behoren niet tot de kroon.

2010
2022-10-02
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

kroon

Het gedeelte van een tand of kies dat zichtbaar boven het tandvlees is. Een kunstkroon is een holle kunsttand of -kies. Tandartsen en hun patiënten spreken voor het gemak ook hierbij altijd gewoon van een ‘kroon’. De tandarts plaatst die kroon als een kapje over een afgeslepen, bestaande tand of kies heen. Hierdoor krijgt het gebitselement de oorsp...

Lees verder
2005
2022-10-02
Lexicon van het Koninklijk Huis

Auteur: F.J.J. Tebbe

Kroon

In het staatsrecht heeft de term ‘Kroon’ twee betekenissen. De eerste is te achterhalen door een vergelijking van artikel 1 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden met artikel 24 van de Grondwet. Artikel 1 van het Statuut spreekt van het erfelijk dragen van de ‘Kroon’, artikel 24 van de Grondwet van het erfelijk...

Lees verder
2004
2022-10-02
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

kroon

(de, kronen) in België ook: krans van bloemen en groen.

2003
2022-10-02
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

kroon

kroon - Munt van Denemarken, Estland, Faeröereilanden, Noorwegen, Slowakije, Tsjechië, IJsland en Zweden.

2002
2022-10-02
Funerair Lexicon

Encyclopedisch woordenboek over de dood (2002)

Kroon

In de joodse symboliek is de Keter Tora, de kroon van de Tora, het symbool van een rabbijn.

1997
2022-10-02
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

kroon

Er bestaat vanouds, d.w.z. vanaf de Middeleeuwen, de koningseed bi mire crone of bi mire conincscrone. Veelvuldig gebruik van een dergelijke eed maakt er een uitroep van. In de 17de eeuw komt ook voor (bij) gans krone, een lijdensvloek ‘bij de doornenkroon van Christus’, die tot uitroep is geworden.

1994
2022-10-02
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Kroon

[v. Lat. corona = krans, van Gr. koroonè = ring; vgl. koroonos = krom] (muntwezen) oorspr. een Fr. gouden munt met gekroond wapen, geslagen tussen 1385 en 1475, elders veelvuldig nagevolgd. Tegenwoordig is de kroon nog munteenheid (uiteraard met verschillende koerswaarde) in Zweden, Noorwegen, Denemarken, I...

Lees verder
1993
2022-10-02
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Kroon

hoofdsieraad; munteenheid in Denemarken, Ijsland, Noorwegen, Zweden, Tsechië en Slowakije

1992
2022-10-02
Symbolen

Hans Biedermann

kroon

een hoofdtooi die het hoofd van de drager schijnbaar verlengt en hem boven zijn medemensen verheft. Daardoor wordt hij gelegitimeerd als een bovenmenselijk wezen dat betrekkingen onderhoudt met de hogere wereld.

1985
2022-10-02
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

KROON

onderdeel van boerinnemutsen, behorend bij de Brabantse klederdracht, onderdeel van de poffer, bestaat uit kleine nagemaakte bloempjes, die vlak op de muts kwamen te liggen.

1982
2022-10-02
De Tale Kanaans

J. van Delden

kroon

dat wat een persoon die het bezit tot luister strekt, sieraad.

1981
2022-10-02
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Kroon

(van Lat. corona = krans), 1. aanvankelijk een met edelstenen bezette hoofdband, later met bijkomende versieringen, als knoppen en bladeren, bekroond door een kruis (hertogs- en koningskroon). De Nederlandse rijkskroon is in 1840 in Amsterdam vervaardigd voor de inhuldiging van koning Willem II. Het is een zogenaamde open kroon, een gouden hoofdban...

Lees verder
1974
2022-10-02
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

kroon

1. Deel van kies boven tandvlees. 2. Deel van stam van boom dat zich vertakt. 3. De binnenste krans van bloembekleedsels. Kan bestaan uit bloemkroonbladen of kokertjes die honing afscheiden. De kroonbladen kunnen vergroeid zijn of losbladig. Naar de vorm onderscheidt men: regelmatig of tweezijdig symmetrisch. De bloem kan zijn wit, oranje, geel, b...

Lees verder