Wat is de betekenis van Kreunen?

2020
2020-10-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kreunen

kreunen - Werkwoord 1. (inerg) ongearticuleerde geluiden maken, vaak van pijn of ander leed "Help me!", kreunde de gevallen motorrijder. Woordherkomst Afkomstig van het Middelnederlandse cronen.

Lees verder
1997
2020-10-30
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

kreunen

In de historische eedformule bij Gods kreunen ‘bij het kermen van God aan het Kruis’ worden God en zijn kreunen tot getuigen aangeroepen dat men de waarheid spreekt. Het ijdel gebruik van die formule maakt haar tot lijdensvloek, die, om anderen niet te kwetsen, verbasterd en dus afgezwakt kon worden. Komt in de 17de...

Lees verder
1994
2020-10-30
Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

kreunen

kreunen - regelmatig werkwoord uitspraak: kreu-nen 1. zachte, klagende geluiden maken van pijn of verdriet ♢ het slachtoffer lag te kreunen van de pijn Regelmatig werkwoord: kreu-nen ik kreun ...

Lees verder
1977
2020-10-30
Erotisch woordenboek

Geschreven door Hans Heestermans (1977)

kreunen

kreunen - een zacht geluid maken, steunen (van erotische opwinding). Daarna lag ze... nóg te kreunen en strekte ze de armen uit als een die het Aards Paradijs en de fluit van Adam verlangde, M.M. 33 [1972]. krevel, prikkel tot wellust. Koomt oyt in uw gemoet verkeerde lust te rijsen, Soo speent u van den dranck, en soekt u niet te spijsen, D...

Lees verder
1916
2020-10-30
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

kreunen

(kreunde, heeft gekreund), een zacht, klagend geluid maken, steunen, zacht kermen: hij kreunde van pijn; ook van zaken gezegd: het woud van de pijnbomen kreunt.

1898
2020-10-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kreunen

Kreunen (kreunde, heeft gekreund), een slepend, zacht, klagend geluid maken, steunen, zuchten, zacht kermen: hij kreunde van pijn; — zich aan iets niet kreunen, zich aan iets niet storen.

Lees verder
1898
2020-10-30
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Kreunen

zie Grijnen.