Wat is de betekenis van Kras?

2020
2021-07-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

kras

(eind 19e eeuw) (havenarb.) voorman van een ploeg havenarbeiders (kan echter ook van fabrieksarbeiders zijn), onderbaas. • Geen kras ommers, geen huurbaas, geen één meesterknecht neemt 'n man met 'n fok an, zoolang ie 'r nog met hèldere lampies ken krijge. Ja, ze hebbe jou noodig...! (M.J. Brusse: Landlooperij. 1906) &bu...

Lees verder
2020
2021-07-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

kras

(19e eeuw) (havenarb.) voorman van een groep werklieden; onderbaas. • Geen kras ommers, geen huurbaas, geen één meesterknecht neemt 'n man met 'n fok an, zoolang ie 'r nog met hèldere lampies ken krijge. Ja, ze hebbe jou noodig...! (M.J. Brusse: Landlooperij. 1906) • 'k Ging er al meteen een daalder verdiene, maar m...

Lees verder
2019
2021-07-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kras

kras - Zelfstandignaamwoord 1. langgerekte oppervlaktebeschadiging veroorzaakt door het bewegen van een scherpe punt over een voorwerp Leg iets onder je schrijfwerk, anders krijg je krassen op tafel! kras - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krassen...

Lees verder
2018
2021-07-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kras

kras - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord 1. met veel kracht ♢ opa is nog erg kras voor zijn leeftijd 2. wat je bijna niet kunt geloven ♢ het is toch kras dat hij wist wat ik dacht ...

Lees verder
2017
2021-07-25
Havenarbeiders

Jargon & Slang van Havenarbeiders

Kras

Kras - voorman van een ploeg havenarbeiders (kan echter ook van fabrieksarbeiders zijn), onderbaas. Sedert einde van de 19de eeuw.

1973
2021-07-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

kras

I. tw., nabootsing van het geluid dat een scherp voorwerp op een ander maakt, als het eroverheen getrokken wordt; ook van het geluid van bepaalde vogels, als raven, uilen enz.; II. zn., v./m. (-sen), 1. het geluid van krassen; 2. snelle beweging met een puntig voorwerp over een ander, haal; een met de pen; 3. indruk als door krassen veroorza...

Lees verder
1952
2021-07-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kras

1. s., (s)kras, streek. 2. adj., (s)kras, hecht.

Lees verder
1950
2021-07-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Kras

I. tw., nabootsing van het geluid, dat een scherp voorwerp op een ander maakt, als het er overheen getrokken wordt; ook van het geluid van zekere vogels, als raven, uilen enz.; II.zn. v. (-sen), 1. het geluid als onder I omschreven; 2. snelle beweging met een puntig voorwerp over een ander, haal; een kras met de pen; — 3. indruk door...

Lees verder
1937
2021-07-25
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Kras

Voorman. Vooral te Rotterdam in gebruik voor opzichter over bootwerkers en over schilders.

1910
2021-07-25
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Kras

Kras - voorman, leider van een afdeeling werkvolk b.v. bij bootwerkers. Deze staan dan onder zijne bevelen, terwijl hij meestal zelf ook medewerkt. .