Wat is de betekenis van Kostelijk?

2019
2021-01-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kostelijk

kostelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. heel leuk, heel grappig Het kostelijke verhaal bracht iedereen aan het lachen. 2. heel goed Wij aten in het driesterrenrestaurant vele kostelijke gerechten. Woordherkomst Afgeleid van kost met het ac...

Lees verder
2018
2021-01-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kostelijk

kostelijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: kos-te-lijk 1. zeer goed ♢ we hebben ons kostelijk geamuseerd Bijvoeglijk naamwoord: kos-te-lijk ... is kostelijker dan ... het kostelijkst...

Lees verder
2015
2021-01-23
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

kostelijk

duur, kostbaar Het invoeren van een éénmalige vermogensbelasting is in het verleden altijd gestoten op de opwerping dat zoiets het snel aanleggen van een uitermate kostelijk vermogensregister vergt, zodat, eens het register bestaat, het vluchtkapitaal al lang in veiligheid zal zijn gebracht. (Jean Pierre van Rossem, Lib...

Lees verder
1973
2021-01-23
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

kostelijk

bn. en bw. (—er, —st), kostbaar, van grote waarde: goud, zilver, kostelijke stenen; (gew.) duur, veel geld kostend; voortreffelijk, in verschillende toepassingen; heerlijk, uitstekend: het is vandaag — weer; dat smaakt —; kostelijke wijn; zeer nuttig voor het gebruik, profijtelijk: men vindt daar —materiaal voor een...

Lees verder
1950
2021-01-23
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Kostelijk

bn. bw. (-er, -st), 1. (veroud.) kostbaar, van grote waarde : een albasten fles met zeer kostelijke zalf (Matth. 26:7) ; goud, zilver, kostelijke stenen; 2. (niet alg. meer) prachtig, mooi, schitterend: zij heeft altijd zulk kostelijk goed; 3. voortreffelijk, in verschill. toepassingen : heerlijk, uitstekend : ’t is...

Lees verder
1898
2021-01-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kostelijk

KOSTELIJK, bn. bw. (-er, -st), kostbaar, veel kostende, van groote waarde eene albasten flesch met zeer kostelijke zalf: goud, zilver, kostelijke steenen (Statenb.); — prachtig, mooi, rijk, voortreffelijk; zij heeft altijd zulk kostelijk goed; — voortreffelijk, uitstekend ’t is vandaag kostelijk weer; dat smaakt kostelijk, heerli...

Lees verder