Wat is de betekenis van kortstondig?

2026-08-11
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Kortstondig

bn., van korte duur, kort van duur : een kortstondige vreugde.

2026-08-11
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

kortstondig

kortstondig - Bijvoeglijk naamwoord 1. dat iets maar kort...

2026-08-11
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

kortstondig

kortstondig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: kort-ston-dig...

2026-08-11
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

kortstondig

van geringe duur.

2026-08-11
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Kortstondig

adj., koart.

2026-08-11
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

kortstondig

bn.; kort van duur: een kortstondige vrede, een kortstondige...

2026-08-11
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

kortstondig

(kort'stondəch) bn. kort van duur : een – bezoek, verblijf;...

2026-08-11
Het juiste woord

Dr. L. Brouwers (1928)

Kortstondig

Adjectief: kortstondig, kort, kortdurend, kortjarig,...

2026-08-11
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

kortstondig

bn., van korte duur, kort van duur: een kortstondige...

2026-08-11
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Kortstondig

KORTSTONDIG, bn. kort van duur, tijdelijk, voor eenige...

2026-08-11
Prisma Nederlands Fries

Unieboek | Het Spectrum (2025)

2026-08-11
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)

2026-08-11
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2026-08-11
Prisma Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)