Wat is de betekenis van kortheidshalve?

2020
2022-05-18
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

kortheidshalve

om het kort te houden. met het oog op de kortheid; omwille, ter wille van de kortheid; vanwege de kortheid; om het kort te houden; om ervoor te zorgen dat iets niet te lang duurt. Voorbeelden: Als uitkeringsgerechtigde word je op voorhand verdacht van misbruik. De aanduiding 'in-actief' is hoe dan ook een diskwalificatie, m...

Lees verder
2019
2022-05-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kortheidshalve

kortheidshalve - Bijwoord 1. om het kort te houden Kortheidshalve vermeld ik alleen de belangrijkste zaken. Woordherkomst Afgeleid van kortheid met het achtervoegsel -halve en met het invoegsel -s-.

Lees verder
1950
2022-05-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Kortheidshalve

bw., om kort te zijn, ter voorkoming van uitvoerigheid: kortheidshalve zullen wij de voorbeelden weglaten.

1937
2022-05-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

kortheidshalve

bw.; ter wille der beknopt- of kortheid; om kort te zijn.

1898
2022-05-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kortheidshalve

KORTHEIDSHALVE, bw. om kort te zijn, ter voorkoming van uitvoerigheid kortheidshalve zullen wij de voorbeelden weglaten.

Gerelateerde zoekopdrachten