Wat is de betekenis van koorde?

2024-02-29
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

koorde

koorde - Zelfstandignaamwoord 1. (wiskunde) een rechte lijn die twee punten van een cirkel of een kromme (lijn) verbindt In een cirkel is de lengte van een koorde het grootst, als hij samenvalt met de middellijn. Verwante begrippen cirkel, middenlijn, middellijn, raaklijn, rechte,...

2024-02-29
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Koorde

[Lat. chorda = darm, snaar, van Gr. chordè] (wisk.) rechte lijn tussen twee punten van een cirkelomtrek.

2024-02-29
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

Koorde

in de meetkunde de rechte verbindingslijn tussen twee punten van een gekromde lijn; zie ook cirkel.

2024-02-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Koorde

v. (-n), (wisk.) rechte lijn die twee punten van een cirkelomtrek verenigt; bij uitbr.: rechte verbindingslijn van twee punten van een kromme.

Wil je toegang tot alle 14 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-29
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Koorde

lijnstuk dat twee punten van een kromme (cirkel) of oppervlak (bol) verbindt; z bisecante en boog.

2024-02-29
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis (1939)

Koorde

(< Fat. chorda of corda; < Gr. = darm, snaar, koord). In de 12e eeuw komt chorda als vertaling van een Arabischen term gib (voor Ind. jyd of jiv), met dezelfde betekenis in gebruik.

2024-02-29
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

koorde

v. -n; koord; meetk. lijn, die twee punten v. e. cirkelomtrek verbindt.

2024-02-29
Encyclopedie voor Iedereen

John Kooy (1933)

Koorde

i/d meetk. lijn, die twee punten v/e kromme verbindt.

2024-02-29
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Koorde

(meetk.), een lijnstuk, dat twee punten van een kromme (bijv. een cirkel) of een oppervlak (bijv. een bol) verbindt. Een rechte, die een ruimtekromme in twee punten snijdt, wordt ook k. of bisecante genoemd.

2024-02-29
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

koorde

v. (-n) 1. Eig. koord: de van een ➝ boog. 2. Metf. in de meetkunde, rechte lijn die twee punten van een cirkelomtrek verbindt: de ➝ pijl op de -; een ➝ onder spannen -.

2024-02-29
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

koorde

v./m. (-n), (wiskunde) het lijnstuk dat van een rechte lijn wordt afgesneden als deze een kromme in twee punten snijdt; bij een cirkel zegt men dat de koorde de kleinste boog, die zij afsnijdt, onderspant.

2024-02-29
Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Koorde

Koorde, - 1) van een vlakke kromme lijn. Wanneer een vlakke kromme lijn (bijv. een cirkel) door den rechte lijn gesneden wordt, noemt men het stuk tusschen de snijpunten in den regel koorde. 2) van een ruimtekromme: rechte lijn in de ruimte, die de ruimtekromme in 2 punten snijdt. Om koorde te zijn, moet de rechte lijn aan 2 voorwaarden voldoen; ee...

2024-02-29
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Koorde

KOORDE, v. (-n), (wisk.) rechte lijn, die twee punten van een cirkelomtrek vereenigt.

2024-02-29
Etymologicum 1573

Cornelis Kiliaan (1573)

Koorde

Funis, restis. & Neruus, chorda gal. corde: ital. corda: hisp. cordel, cordon, cuerda: ang. corde.