Wat is de betekenis van Koningen?

2019
2022-12-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Koningen

Koningen - Zelfstandignaamwoord 1. boek van der Bijbel dat bevatte twee deels: 2. *1 Koningen: 22 kapittel; 3. *2 Koningen: 25 kapittel

Lees verder
1950
2022-12-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Koningen

(Zuidn.) I. zn., verkort, v. Driekoningen; II. ww. (koningde, heeft gekoningd), Driekoningendag vieren.

Lees verder
1949
2022-12-04
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Koningen

twee Bijbelboeken, die in de Hebreeuwse kanon oorspronkelijk één geheel vormden. De R.K. lezing duidt ook de boeken Samuël als K. aan, zodat hier 1 en 2 K. als 3 en 4 geteld worden. K. sluiten aan op de Samuël-boeken en behandelen achtereenvolgens de regering van Salomo (I K. 3—11) en de geschiedenis der koningen van I...

Lees verder
1930
2022-12-04
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

Koningen

mv. twee boeken van het Oude Testament, die de geschiedenis der koningen van Israël verhalen.

1900
2022-12-04
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

koningen

Verticale as.

1898
2022-12-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Koningen

KONINGEN, (koningde, heeft gekoningd), (Zuidn.) Driekoningendag vieren.