Wat is de betekenis van konijnen?

2020
2021-11-29
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

konijnen

(2011) (jeugd) uitroep van verbazing. • ‘Konijnen! Wat heb jij met je haar gedaan?’ (Astrid Harrewijn: Luchtkussen. 2011)

Lees verder
2019
2021-11-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

konijnen

konijnen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord konijn

Lees verder
1981
2021-11-29
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Konijnen

In tegenstelling tot de nauw verwante hazen, die in bodem kuiltjes hun ziende jongen ter wereld brengen, brengen de konijnen in zelf gegraven holen in de zomer elke vijf weken vijf tot tien naakte en blinde jongen voort. Deze sterke voortplanting compenseert de verliezen door allerlei roofgedierte. De schade die konijnen door het omwoelen van de gr...

Lees verder
1979
2021-11-29
Huisdieren

Encyclopedie van huisdieren

Konijnen

Hoewel de Romeinen reeds konijnen fokten om hun vlees, schijnt de echte domesticatie van het konijn pas in de middeleeuwen te hebben plaats gevonden. De ontwikkeling van raskonijnen is van nog recentere datum - aan het begin van de twintigste eeuw waren slechts een handjevol rassen bekend. Nu zijn dat er meer dan 60, die alle afstammen van het Euro...

Lees verder
1954
2021-11-29
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Konijnen

spelen een overbrengende rol bij enkele rickettsia-infecties en de tularaemie (zie aldaar).