Wat is de betekenis van kommer?

2020
2021-04-15
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Kommer

Zie Gomarus

2019
2021-04-15
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kommer

kommer - Zelfstandignaamwoord 1. verdriet, leed Verwante begrippen bekommernis, zorg, zorgvuldigheid

Lees verder
2018
2021-04-15
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kommer

kommer - zelfstandig naamwoord uitspraak: kom-mer 1. onvoldoende geld hebben om van te leven ♢ die familie leeft in kommer Algemene uitdrukkingen: 1. kommer en kwel [hopeloze ellende en nar...

Lees verder
2017
2021-04-15
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Kommer

1. Patroniem op basis van de voornaam Kommer, een naamvorm van Gomarus. 2. Het is niet uitgesloten dat een enkele tak of variant teruggaat op de meisjesnaam Kommerke of Ontcommera, een andere naam voor de heilige Sinte Wilgefortis, de baardheilige (vergelijk de betreffende legende); bij Steenbergen in Noord-Brabant ligt de Sint-Ontcommerspolder. 3...

Lees verder
1964
2021-04-15
voornamen

Voornamenboek

Kommer

m -> Gomarus (Geervliet, Sliedrecht, Overflakkee).

1952
2021-04-15
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kommer

s., kommer, bikommernis, fortriet (it), soarch; (hazendrek), (hazze)kommer.

1950
2021-04-15
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Kommer

m., g. mv., 1. gemis aan het nodige, armoede: jaren onder verdrukking en in kommer doorgebracht; kommer en gebrek; 2. leed, verdriet, gemoedskwelling: van kommer en verdriet sterven; geen vreugd zonder kommer; 3. zorg, bezorgdheid: met kommer de winter tegemoet zien; 4. (oudt.) beslag op goederen wegens schuld.

Lees verder
1898
2021-04-15
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kommer

Het begrip kommer heeft 2 verschillende betekenissen: 1. kommer - KOMMER, m. angst, verdriet, zorg, kwelling honger en kommer lijden; van kommer en verdriet sterven; geen vreugd zonder kommer; met kommer den winter tegemoet zien; (oudt.) beslag (op goederen), schuld. 2. kommer - KOMMER, v. (jag.) hazendrek.

Lees verder