Wat is de betekenis van Komen?

2022
2022-08-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

komen

1) (1975) (euf.) klaarkomen; een orgasme krijgen. Onder invloed van het Engelse ‘to come’. • Toen we bij elkaar alles hadden afgezoend, en ik overal was binnengedrongen, lagen we hijgend tegen elkaar aan. Ik zei twee onlogische dingen: ‘Ik hou er zo van als je komt,’ terwijl ik zelf net was gekomen, … (Adriaan va...

Lees verder
2019
2022-08-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

komen

komen - Werkwoord 1. ergatief bewegen van verder weg naar dichterbij 2. ergatief een orgasme hebben, klaarkomen Woordherkomst afkomstig van: Middelnederlands: comen Oudernederlands: kuman Germaans: *kwemanan Synoniemen [2] klaarkomen Antoniemen [1] gaan

Lees verder
2018
2022-08-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

komen

komen - onregelmatig werkwoord uitspraak: ko-men 1. de plaats bereiken, er verschijnen ♢ vader komt thuis 1. wie het eerst komt, het eerst maalt [wie er het eerste bij is, heeft de eerste kans]...

Lees verder
2017
2022-08-16
Prostituees en pooiers

Jargon & Slang van Prostituees en pooiers

Komen

Komen - een orgasme beleven, klaarkomen. Wellicht onder invloed van Eng. to come.

2004
2022-08-16
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

komen

Een orgasme beleven. Minder direct dan klaarkomen*. Wellicht onder invloed van het Engelse ‘to come’, met dezelfde betekenis. Zie ook: aan z’n gerief* komen. Oké, ik ga hier voorbij aan het feit dat liefde, houden van en warmte veel belangrijker zijn maar als dat allemaal zo is hoeveel mannen zijn dan bereid niet te ejaculeren als jij niet komt? Ik...

Lees verder
1999
2022-08-16
Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Komen

Komen - (onder invloed van Eng. to come), informele verkorting van klaarkomen ‘een orgasme hebben’. De drank maakte haar uitermate hoerig en roekeloos. ‘Pas een beetje op, lieverd. Dadelijk kom ik nog.’ ‘Ik wil dat je komt.’ Playboy, maart 1987 En als het vrouwtje dan niet gekomen is, dan ligt het toch zeker wel aan haar en het is veel te pijnlijk...

Lees verder
1977
2022-08-16
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

komen

komen - 1°. In de verb. bij iem. komen, copuleren met -. 'Nee,' haar stem klonk hol. ‘Nee, blijf hier. Ik wil dat jullie allemaal bij me komen.’ ‘Wanneer ik klaar ben met een meisje, heeft ze d’r geen behoefte aan nog door iemand anders genaaid te worden,’, L. 61. 2°. Klaarkomen. Ik voelde haar komen,...

Lees verder
1973
2022-08-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

komen

(kwam, is gekomen), onoverg. ww. duidt in het algemeen een beweging aan met betrekking tot haar doel of eindpunt, gezien van dit punt uit, soms ook in de richting van de beweging, I. (gezien van het eindpunt uit) 1. na volbrachte beweging verschijnen op het punt waarop de beweging gericht was of dat althans op haar baan ligt, het tegengestel de va...

Lees verder
1952
2022-08-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Komen

v., komme, k a e m, k o m m e n, (k o m d, k a e m); het er maar op aan laten —, it op it rammeljen fan ’e pels oankomme litte, roasje soargje litte; er komt niets van, it sakket nei it gat, der komt gjin forfolch op; er kan niets van —, it kin neat wurde; er bovenop —, by de wâl...

Lees verder
1950
2022-08-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Komen

(kwam, is gekomen), onoverg. ww., duidt in het alg. een beweging aan met betr. tot haar doel of eindpunt, gezien van dit punt uit, soms ook in de richting van de beweging. I. (gezien van het eindpunt uit) 1. na volbrachte beweging verschijnen op het punt waarop de beweging gericht was of dat althans op haar baan ligt, het tegengestelde van gaan...

Lees verder
1949
2022-08-16
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Komen

(Fr. Comines), stad in België, prov. W.Vlaanderen. 1404 ha, 8139 inw. Tabaksteelt. Textielindustrie.

Lees verder
1937
2022-08-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

komen

kwam, is gekomen (1 zich begeven naar de plaats of veronderstelde plaats van den spreker of den toegesprokene; 2 naderen; 3 geschieden, gebeuren; 4 met een onbepaalde wijs en te; geraken in de toestand, die de onbepaalde wijs aangeeft; 5 in verbinding met voorzetsels en andere woorden in allerlei betekenissen): 1. ik zal dadelijk komen; per trein,...

Lees verder
1933
2022-08-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Komen

(Fr. Comines), 1° Een stad in de prov. West-Vlaanderen, aan de Leie en het kanaal van leper naar de Leie. Opp. 1 404 ha; ca. 7 700 inw. (Kath.). Kleistreek; tabaksteelt; weefnijverheid, vooral getwijnd garen. K. werd gansch vernield door den Wereldoorlog. 2° Een gem. in Fransch Vlaanderen (XI 143 E2), kanton Kiesenet a. d. Eule. Ca. 6 400 i...

Lees verder
1916
2022-08-16
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Komen

Komen, - zie GOMINES.

1898
2022-08-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Komen

KOMEN, (kwam, is gekomen), zich naar de plaats begeven, waar degene die spreekt of tot wien men spreekt is, of verondersteld wordt te zijn; het tegengestelde van gaan; ik kom spoedig naar huis; de trein komt nog niet; — vaak met eene nadere bepaling van de wijze, hoe men komt: naast, voor, achter iem. komen; met de boot, per spoor, te voet ko...

Lees verder
1856
2022-08-16
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Komen

o.w. - Boven den wind, by-de-wind komen, aan-de-wind komen. Den wind te boven komen.

1573
2022-08-16
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Komen

Venire, accedere. germ kommen: ang come.

Lees verder