Wat is de betekenis van kolossaal?

2020
2021-01-15
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

kolossaal

1) (1885) (jeugd) erg goed, leuk enz. • Veel ruimte, veel leven, veel licht en liefde, meneer! kolossaal! (P.A. Daum: Uit de suiker in de tabak. 1885) • Dat is een hoog loon, dat je krijgt voor één week... Dat is kolossaal... (Bernard Canter: Kalverstraat. 1904) • Loop je in de Roggestraat / Zooals het daar gewoonlij...

Lees verder
2019
2021-01-15
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kolossaal

kolossaal - Bijvoeglijk naamwoord 1. van bijzonder grote omvang 2. geweldig Woordherkomst afgeleid van kolos met het achtervoegsel -aal Verwante begrippen bovenmatig, buitengewoon, enorm, immens, ontzaglijk, ontzettend, verschrikkelijk, vreselijk

Lees verder
2018
2021-01-15
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kolossaal

kolossaal - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ko-los-saal 1. heel erg goed of leuk ♢ het was een kolossaal feest! 2. erg groot ♢ er wordt daar een kolossaal gebouw neergezet Bijvoeglij...

Lees verder
1993
2021-01-15
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Kolossaal

reusachtig

1973
2021-01-15
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

kolossaal

bn. en bw. (saler, st), 1. buitenge woon, reusachtig: een — gebouw; 2. (van onstoff. zaken) zeer omvangrijk, groots, geweldig: een vermogen; als predikaatsw.: (het is) —!, geweldig, indrukwekkend; 3. (bw.) buitengewoon, in hevige mate: hij is — rijk; ik heb me daar — verveeld.

Lees verder
1950
2021-01-15
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Kolossaal

bn. bw. (...saler, -st), 1. buitengewoon groot van afmeting, reusachtig: een kolossaal gebouw ; 2. (van onstoff. zaken) zeer omvangrijk, groots, geweldig : een kolossaal vermogen; een kolossaal werk ; — als praedicaatsw'.: ('t is) kolossaal!, geweldig, indrukwekkend ; 3. (bwr.) buitengewoon, in hevige ma...

Lees verder
1948
2021-01-15
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

kolossaal

reusachtig, ontzettend groot.

1914
2021-01-15
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

kolossaal

kolossaal - reusachtig, zeer groot.

1898
2021-01-15
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kolossaal

KOLOSSAAL, bn. bw. (...saler, -st), buitengewoon groot, reusachtig een kolossaal gebouw; — bw. buitengewoon, in hevige mate hij is kolossaal rijk; ik heb me daar kolossaal verveeld; ik ben dan van avond kolossaal ongelukkig.

Lees verder